Eucharistie in de missionaire parochie

28 mei 2026

Tijdens een vormingsdag die op dinsdag 12 mei werd gehouden voor pastorale beroepskrachten van het bisdom Breda hield bisschop Liesen een inleiding over de Eucharistie in de context van de Missionaire Parochie. Ruim zestig deelnemers namen deel aan het programma dat werd gehouden in Sint Willebrord.

Bisschop Liesen ging in op het traject dat het bisdom de afgelopen jaren heeft afgelegd rond pastorale bekering. Na eerdere bijeenkomsten over de Heilige Geest, evangelisatie en leiderschap als ‘sleutels’ voor de Missionaire Parochie, stond ditmaal de Eucharistie centraal als ‘sleutelring’ die de sleutels bijeenhoudt.

Een andere tijd vraagt om pastorale bekering

Bisschop Liesen begon zijn inleiding met de vaststelling dat de tijd waarin de Kerk leeft sterk veranderd is. De samenleving van vandaag is anders dan die van dertig of veertig jaar geleden. Toch mogen christenen zich volgens hem niet opstellen als passieve toeschouwers van die veranderingen. Met een verwijzing naar Augustinus benadrukte hij dat mensen zelf mede vormgeven aan hun tijd: “Wij zijn de tijd.”

Daarom vraagt deze tijd om een “pastorale bekering”. In de afgelopen jaren werd daar tijdens vormingsdagen al meerdere keren bij stilgestaan. In 2023 stond de kracht van de Heilige Geest centraal. In 2024 werd gesproken over de prioriteit van evangelisatie en vorig jaar over goed leiderschap. Die drie thema’s noemde hij drie sleutels die de weg naar de toekomst ontsluiten. Maar sleutels hebben een sleutelring nodig die samenhang geeft en kracht verleent. Die sleutelring is de Eucharistie.

De bisschop maakte daarbij duidelijk dat hij geen puur theologische uiteenzetting wilde geven over de Eucharistie. Zijn bedoeling was om te laten zien welke plaats de Eucharistie inneemt in het leven van de Kerk, in parochies en in de missionaire opdracht van christenen vandaag.

“Ik ben met u alle dagen”

Als uitgangspunt nam bisschop Liesen de slotwoorden van het Matteüsevangelie: “Ga dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen.” Die woorden zijn binnen de missionaire parochie vaak aangehaald. Maar volgens bisschop Liesen wordt soms vergeten dat er nog een laatste zin volgt: “Zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.”

Juist die belofte vormt wat hem betreft de sleutel om de Eucharistie te verstaan. Christus blijft werkelijk aanwezig bij zijn Kerk. Dat gebeurt op een unieke manier in de Eucharistie, door de verandering van brood en wijn in zijn lichaam en bloed.

Vanaf Pinksteren heeft de Kerk daarom altijd Eucharistie gevierd. Jezus gaf zijn leerlingen veel geboden, maar doorheen de geschiedenis zijn sommige daarvan slechts gedeeltelijk gevolgd of zelfs verwaarloosd. Toch is de Kerk altijd trouw gebleven aan dit ene woord: “Blijft dit doen om Mij te gedenken.”

In de Handelingen van de Apostelen wordt beschreven hoe de eerste christenen trouw samenkwamen rond de leer van de apostelen, het gemeenschappelijk leven en het breken van het brood. Volgens bisschop Liesen is dat een teken van een diep gelovig instinct binnen de Kerk: het besef dat de Eucharistie onmisbaar is.

Herdenking, offer en maaltijd

De bisschop werkte vervolgens uit wat de Eucharistie ten diepste is. Zij is allereerst een echte herdenking. In iedere Eucharistie worden gelovigen teruggebracht naar Golgotha, naar het lege graf en naar het lijden, sterven en verrijzen van Christus. In die viering worden mensen ondergedompeld in het leven van Jezus en ontmoeten zij Hem op het hoogtepunt van zijn zending: het moment waarop Hij zichzelf geeft voor het heil van de wereld.

Daarnaast is de Eucharistie een echt offer. Christus geeft zichzelf volledig uit liefde voor de mensheid. Tegelijk is zij ook een echte maaltijd. Jezus nodigt uit: “Neemt en eet. Neemt en drinkt.”

Deze drie aspecten zijn in de loop van de geschiedenis soms uit elkaar getrokken, terwijl zij wezenlijk samenhoren. Toch wilde de bisschop zich in zijn inleiding niet vooral richten op een theologische analyse van deze aspecten, maar op de manier waarop de Eucharistie vandaag beleefd en gevierd wordt. Daarbij stelde hij drie kernwoorden centraal: ontmoeting, zending en aanbidding.

Ontmoeting met Christus

Wanneer mensen deelnemen aan een eucharistieviering lijkt het alsof vooral gelovigen elkaar ontmoeten. De kern ligt echter dieper: in de Eucharistie komt Christus aanwezig en gaan mensen naar Hem toe. Juist door naar Christus toe te groeien, groeien gelovigen ook naar elkaar toe en ontstaat gemeenschap.

Hij trok die gedachte ook door naar de oecumene. Christenen groeien niet in de eerste plaats naar elkaar toe door zware discussies te voeren, maar door samen dichter naar Christus toe te gaan. Wie zich werkelijk op Christus richt, komt ook dichter bij de ander.

Daarom ligt het hart van de Eucharistie volgens hem in de ontmoeting met Christus zelf. De persoonlijke band met Christus groeit door deelname aan de Eucharistie. In de afgelopen eeuw is sterk de nadruk gelegd op veelvuldige communie, waardoor soms de indruk ontstaat dat de Eucharistie vooral draait om het ontvangen van de communie. De bisschop benadrukte echter dat de kern nog dieper ligt: Christus die aanwezig komt.

Ook verwees hij naar eeuwen in de kerkgeschiedenis waarin gelovigen slechts eenmaal per jaar ter communie gingen, maar wel trouw aanwezig waren bij de zondagse Eucharistie. Daarmee wilde hij niet pleiten voor een terugkeer naar die praktijk, maar wel onderstrepen dat de Eucharistie meer is dan alleen communiceren.

“Bij Christus kunnen mensen rusten en worden zij tegelijk uitgerust om verder te trekken.”

Een plaats om uit te rusten

Jezus is niet alleen degene die met zijn leerlingen op weg gaat; Hij is zelf “de weg, de waarheid en het leven”. Hij heeft een weg geopend naar God en een hoop gegeven die sterker is dan de dood.

Maar mensen raken onderweg vermoeid. Daarom hebben pelgrims rustplaatsen nodig om nieuwe kracht te ontvangen. In het evangelie roept Jezus zijn leerlingen soms letterlijk bijeen met de woorden: “Kom nu eens mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust uit.”

De Eucharistie is precies zo’n rustplaats. Christus weet dat mensen nood hebben aan een plaats waar zij tot rust kunnen komen en opnieuw toegerust worden. Met een woordspel zei de bisschop: “bij Christus kunnen mensen rusten en worden zij tegelijk uitgerust om verder te trekken.”

De Eucharistie is daarom een teken van liefde “tot het uiterste”. Omdat God liefde is, bereikt de missie van Jezus haar hoogtepunt in een daad van liefde waarin Hij zichzelf geeft voor de wereld en blijvend aanwezig wil zijn.

“Wij worden wat wij eten”

Bij de woorden van Jezus tijdens het Laatste Avondmaal – “Dit is mijn lichaam voor u gegeven” en “Dit is mijn bloed voor u vergoten” – verwees bisschop Liesen naar Augustinus. Die zegt dat gelovigen door de Eucharistie worden wat zij eten en drinken: het lichaam van Christus.

Vanuit Jezus gezien heeft de Eucharistie dus een doel: mensen ontmoeten Hem, worden gelijkvormig aan Hem in zijn liefde tot het uiterste en worden vervolgens gezonden naar anderen.

Dat betekent echter ook dat christenen zelf een lichaam worden dat gegeven is voor anderen. Vanuit Jezus gezien heeft de Eucharistie dus een doel: mensen ontmoeten Hem, worden gelijkvormig aan Hem in zijn liefde tot het uiterste en worden vervolgens gezonden naar anderen. Daarom is christendom volgens de bisschop geen zelfhulpprogramma dat enkel bedoeld is om mensen zich beter te laten voelen. Het geloof is gericht op de wereld en op allen die Christus nog niet kennen. De Kerk bestaat niet omwille van zichzelf, maar omwille van degenen die er nog niet bij horen.

Vanuit de Eucharistie worden christenen gezonden om Christus in de wereld aanwezig te stellen. Jezus noemt zichzelf het licht van de wereld, maar zegt ook tegen zijn leerlingen dat zij het licht van de wereld zijn. Gelovigen worden dus uitgezonden als dragers van zijn licht.

De Kerk als “voortgezette Christus”

In dat verband noemde bisschop Liesen de negentiende-eeuwse Duitse theoloog Johann Adam Möhler, die sprak over de Kerk als “Christus prolongatus”, de voortgezette Christus. Daarmee wilde Möhler aangeven dat de Kerk Christus tegenwoordig stelt in de wereld.

Bisschop Liesen maakt duidelijk dat dit denken een grote invloed had op de ecclesiologie van het Tweede Vaticaans Concilie. Daar wordt de Kerk aangeduid als Lumen Gentium, licht der volkeren. Ook de pausen van de afgelopen decennia hebben volgens hem steeds opnieuw de missionaire opdracht van de Kerk onderstreept. Zoals Paulus VI met Evangelii Nuntiandi, Johannes Paulus II met Redemptoris Missio en Ecclesia de Eucharistia, Benedictus XVI met onder meer Deus Caritas Est en het Jaar van het Geloof, en paus Franciscus met Evangelii Gaudium.

Daarnaast noemde hij paus Leo XIV, die de Kerk opnieuw stimuleert om missionair en synodaal te zijn. Die twee begrippen horen bij elkaar: synodaliteit betekent samen optrekken als gemeenschap, missionair zijn betekent gezamenlijk gericht zijn op een missie.

De Eucharistie en de rol van leken

De missionaire gerichtheid van de Kerk is volgens bisschop Liesen niet nieuw, maar vanaf het begin aanwezig in de Eucharistie zelf. Het gaat niet alleen om iets geven aan anderen, maar om zichzelf geven, samen met Christus die zichzelf geeft.

Vanuit die gedachte sprak hij ook over de rol van leken in de Kerk. Het Tweede Vaticaans Concilie wilde een einde maken aan een scheefgroei waarin heiligheid vooral verbonden werd met priesters en religieuzen. Volgens het Concilie bestaat er slechts één roeping tot heiligheid, gebaseerd op het doopsel.

De bisschop benadrukte dat het Concilie katholieke ouders, leraren, advocaten, bouwvakkers, politici, journalisten en grootouders voor ogen had: gewone gelovigen die midden in de wereld leven vanuit het evangelie. Hij werkte dit uit aan de hand van de evangelische raden van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid. Kuisheid is niet hetzelfde als celibaat, maar betekent voor iedere christen het beleven van man- of vrouw-zijn in overeenstemming met het evangelie. Armoede betekent leven zonder gehecht te zijn aan bezit en bereid zijn te delen. Gehoorzaamheid betekent dat een christen eerst het Koninkrijk van God zoekt.

Deze visie van het Concilie is echter nog niet volledig gerealiseerd. Het vraagt tijd voordat de inzichten van een concilie werkelijk doordringen in het leven van de Kerk.

De voetwassing als uitleg van de Eucharistie

Een belangrijk onderdeel van de lezing was de voetwassing tijdens het Laatste Avondmaal. In het Johannesevangelie ontbreekt bij het Laatste Avondmaal het expliciete instellingsverhaal van de Eucharistie. In plaats daarvan staat de voetwassing centraal. Jezus laat daarin zien wat de Eucharistie werkelijk betekent. Tijdens de maaltijd neemt Hij zelf de plaats in van het paaslam dat wordt geofferd. Die liefde tot het uiterste wordt zichtbaar in zijn dienende houding.

Petrus verzet zich aanvankelijk tegen de voetwassing, maar Jezus maakt duidelijk dat niemand deel aan Hem kan hebben zonder zich door Hem te laten wassen. Dat geldt ook voor de Eucharistie: wie deel wil hebben aan Christus, moet zich door Hem laten dienen en zelf een dienende mens worden.

Aanbidding als verlangen om bij Christus te blijven

Het derde grote thema van de inleiding was aanbidding. Tijdens missionaire conferenties was er steeds plaats voor aanbidding. In een post op Twitter noemde James Mallon die aanbidding ooit de “engine room” van de conferentie. Volgens bisschop Liesen is eucharistische aanbidding vandaag opnieuw sterk in opkomst, vooral bij jongeren en nieuwe katholieken. In een hectische samenleving groeit het verlangen naar stilte en rust. De aanbidding van het Allerheiligst Sacrament wordt daardoor een plaats waar mensen werkelijk tot rust kunnen komen bij de Heer.

Opnieuw haalde hij Augustinus aan: “Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U.” In ieder mens leeft een verlangen naar God, ook al is de moderne samenleving sterk gericht op het aardse en het onmiddellijke. In gesprekken met jongeren en nieuwe katholieken merkt Liesen dat dat verlangen opvallend vaak naar voren komt. Mensen verlangen naar een plaats waar zij eenvoudig bij Christus kunnen zijn.

“Blijven” bij Christus

Binnen dat thema van aanbidding stond vooral het woord “blijven” centraal, zoals dat voortdurend terugkeert in het Johannesevangelie. Bisschop Liesen duidde dit aan de hand van de eerste ontmoeting tussen Jezus en zijn leerlingen. Nadat Johannes de Doper Jezus heeft aangewezen als het Lam Gods, volgen twee leerlingen Hem. Jezus draait zich om en vraagt: “Wat verlangt gij?” Vervolgens vragen zij: “Rabbi, waar verblijft Gij?” En het evangelie zegt: “Die dag bleven zij bij Hem.”

Bisschop Liesen benadrukte dat hierin een diep verlangen van Jezus besloten ligt: Hij wil bij mensen blijven en verlangt dat mensen bij Hem blijven. Datzelfde motief keert voortdurend terug in het Johannesevangelie: “Blijft in mijn woord”, “Wie mijn vlees eet blijft in Mij en Ik in hem.” Aanbidding is daarom het moment waarop mensen ingaan op het verlangen van Christus om bij hen te zijn.

Zoals vrienden tijd met elkaar doorbrengen, zo verlangt Jezus naar vriendschap met mensen. Aanbidding verlengt en verdiept de ontmoeting die in de Eucharistie gevierd wordt. Tegelijk groeit vanuit de aanbidding opnieuw het verlangen naar de Eucharistie.

Zorg voor de viering

Aan het slot van zijn inleiding sprak bisschop Liesen over de concrete praktijk van eucharistievieringen. Hij benadrukte het belang van eerbiedige viering, van verkondiging die het hart raakt en van muziek die werkelijk deel uitmaakt van de ontmoeting met Christus.

Muziek mag volgens hem geen los optreden zijn, maar moet meebewegen met de dynamiek van ontmoeting, zending en aanbidding. Ook gastvrijheid noemde hij wezenlijk. In de Antoniuskerk in Breda ontmoet hij regelmatig mensen die voor het eerst een eucharistieviering meemaken. Volgens hem kan het van grote betekenis zijn wanneer zulke mensen eenvoudig gezien en aangesproken worden.

“Blijft dit doen om Mij te gedenken”

Aan het einde van de dag vatte bisschop Liesen zijn boodschap samen in drie kernwoorden: ontmoeting, zending en aanbidding.

De Eucharistie is de plaats waar mensen Christus ontmoeten, waar zij uitgerust worden om de wereld in te gaan en waar zij leren bij Hem te blijven. Daarom blijft de oproep van Christus volgens hem ook vandaag actueel: “Blijft dit doen om Mij te gedenken.”

Na de inleiding van bisschop Liesen gingen de deelnemers in groepjes uiteen en hielden zij een contemplatieve dialoog over de vragen: “wat betekent de Eucharistie voor jou?” en “wat heeft je eigen kijk op de Eucharistie verdiept?”

In de middag gaf Anja van Rossum een zangworkshop over muziek in de liturgie. De voorbereide zang maakte vervolgens onderdeel uit van de gezamenlijke eucharistieviering aan het einde van de vormingsdag.

Andere berichten