Tijdens de Dag voor Religieuzen van het bisdom Breda op dinsdag 16 juni 2026 verzorgde broeder Christophorus Goedereis OFMCap een lezing over de actualiteit van de franciscaanse spiritualiteit en over het nieuwe missionaire initiatief van de kapucijnen in het Emmausklooster te Velp. Zijn bijdrage stond in het teken van twee vragen: wat heeft de heilige Franciscus van Assisi te zeggen in een geseculariseerde wereld, en wat kan een nieuwe religieuze gemeenschap vandaag nog betekenen?
Broeder Christophorus begon met een persoonlijke introductie. Als Duitse kapucijn woont hij inmiddels bijna vier jaar in Nederland. Sinds 2023 vormt Nederland samen met Vlaanderen een delegatie onder de Duitse kapucijnenprovincie, waarvan hij de verantwoordelijke delegaat is. Hij schetste kort de ingrijpende veranderingen die zich de afgelopen decennia binnen de orden en congregaties hebben voltrokken. Toen hij in 1965 werd geboren, telde Nederland nog 660 kapucijnen; vandaag zijn er wereldwijd nog slechts zeventien Nederlandse kapucijnen over. “Het zijn cijfers,” aldus de broeder, “die aangeven hoe sterk het kerkelijke en religieuze landschap is veranderd. Tegelijkertijd vormen zij geen reden tot moedeloosheid, maar eerder een uitnodiging om opnieuw na te denken over de betekenis van het religieuze leven in deze tijd.”
San Francesco vive – Franciscus leeft
Aanleiding voor zijn lezing was het Franciscusjaar dat in 2026 wordt gevierd ter gelegenheid van de achthonderdste sterfdag van de heilige Franciscus van Assisi. Bovendien had paus Leo XIV direct na afloop van het Heilig Jaar van de Hoop een nieuw heilig jaar afgekondigd, gewijd aan Franciscus. Het motto daarvan luidt: San Francesco vive – Franciscus leeft.
Vanuit dit motto stelde broeder Christophorus de vraag waarom Franciscus acht eeuwen na zijn dood nog steeds zo’n aantrekkingskracht uitoefent. “Waarom blijven miljoenen mensen naar Assisi trekken? Waarom verschijnen er voortdurend nieuwe boeken over hem? Waarom voelen mensen uit verschillende christelijke kerken en zelfs uit andere religies zich nog steeds aangesproken door zijn boodschap?”
Franciscaanse familie
Volgens de spreker leeft Franciscus allereerst voort in de wereldwijde franciscaanse familie. Die omvat minderbroeders, kapucijnen, conventuelen, clarissen, leden van franciscaanse congregaties en talloze leken die zich met de spiritualiteit van Franciscus verbonden weten. Samen vormen zij wereldwijd een gemeenschap van honderdduizenden mensen die zich laten inspireren door dezelfde bron.
Daarnaast leeft Franciscus voort in Assisi zelf. Wie de stad bezoekt, merkt volgens broeder Christophorus onmiddellijk dat Franciscus daar geen historische figuur is die tot het verleden behoort: “De oude kerken en kloosters zijn meer dan monumenten; zij vormen plaatsen waar zijn geest nog steeds voelbaar aanwezig is. De grote aantallen pelgrims die jaarlijks naar Assisi komen, getuigen ervan dat zijn boodschap niets aan actualiteit heeft verloren.”
Maar vooral leeft Franciscus voort in zijn spiritualiteit. Die spiritualiteit wordt gekenmerkt door eenvoud, vrede, broederschap, gebed, zorg voor de schepping, gastvrijheid, verzoening en aandacht voor de armen. Broeder Christophorus: “Franciscus heeft eigenlijk niets nieuws uitgevonden. Alles wat hij leefde, vond hij terug in het evangelie. Zijn kracht lag erin dat hij het evangelie met een uitzonderlijke radicaliteit en eenvoud gestalte gaf. Daardoor spreekt hij ook vandaag mensen aan die verlangen naar authenticiteit en een leven dat niet volledig wordt bepaald door bezit, succes of macht.”
Broeder Christophorus legde vervolgens een verband tussen de franciscaanse spiritualiteit en de grote uitdagingen van de hedendaagse wereld. Thema’s als ongelijkheid, onrechtvaardigheid, honger, geweld, klimaatverandering, discriminatie, religieuze conflicten en polarisatie domineren het mondiale debat. Juist op deze terreinen blijkt de franciscaanse traditie verrassend actueel. Niet omdat zij eenvoudige oplossingen biedt, maar omdat zij een levenshouding aanreikt die gericht is op vrede, gerechtigheid en respect voor de schepping.
Vanuit dit perspectief verwees hij naar het werk van Franciscans International, de ngo van de franciscaanse familie bij de Verenigde Naties in Genève en New York. Vanuit de klassieke franciscaanse aandacht voor vrede, gerechtigheid en de integriteit van de schepping proberen franciscanen ook op internationaal niveau een bijdrage te leveren aan de oplossing van mondiale vraagstukken. Vanuit hun aanwezigheid in meer dan 160 landen brengen religieuzen en missionarissen ervaringen van ‘mensen aan de basis’ onder de aandacht van internationale organisaties. “Het is bijzonder dat de Kerk en de religieuze orden vaak aanwezig zijn op plaatsen waar conflicten, armoede en maatschappelijke spanningen zich voordoen, en daardoor informatie en ervaringen kunnen delen die anders nauwelijks gehoord zouden worden.”
“Als de mensheid wil overleven zal zij meer moeten worden zoals Franciscus”
De Italiaanse filmregisseur Liliana Cavani zei ooit dat “Franciscus geen man van het verleden is, maar eerder een figuur van de toekomst.” Als de mensheid wil overleven, zo stelde zij, zal zij meer moeten worden zoals Franciscus. Die uitspraak beschouwde broeder Christophorus als een treffende samenvatting van de blijvende betekenis van Franciscus.
Ook citeerde hij uit de brief die paus Leo XIV aan de franciscaanse familie schreef ter gelegenheid van het Franciscusjaar. Daarin benadrukt de paus dat de vrede waarvan Franciscus getuigde niet beperkt blijft tot menselijke relaties. Zij omvat de hele schepping. Franciscus zag in zon en maan, in dieren en mensen, één grote familie van schepselen. Daarom zijn vrede tussen mensen en zorg voor de aarde onlosmakelijk met elkaar verbonden. Juist in een tijd waarin het gemeenschappelijk huis van de mensheid onder druk staat, krijgt deze visie een bijzondere actualiteit.
San Lorenzo-project
Na deze beschouwing over Franciscus richtte broeder Christophorus de aandacht op het nieuwe missionaire initiatief van de kapucijnen. Tien jaar geleden startte de orde het zogenaamde San Lorenzo-project, genoemd naar de heilige Laurentius van Brindisi. Het motto van dit project luidt: “Laten we de vlam van ons charisma opnieuw aanwakkeren.” Het initiatief wil de aanwezigheid van de kapucijnen vernieuwen door op betekenisvolle plaatsen nieuwe internationale gemeenschappen te vormen.
Volgens de spreker ligt aan dit project een eenvoudig uitgangspunt ten grondslag: de overtuiging dat het leven als minderbroeder kapucijn nog steeds zinvol is en dat de franciscaanse spiritualiteit ook vandaag een boodschap heeft voor de samenleving. De broeders zijn niet naïef en beseffen heel goed hoe sterk de samenleving en de Kerk veranderd zijn. Zij verwachten niet dat er morgen tien nieuwe kandidaten voor de deur staan. Maar zij zijn ervan overtuigd dat niemand voor een religieuze levensweg zal kiezen wanneer religieuzen zelf niet meer zichtbaar aanwezig zijn en niet langer geloven in de waarde van hun eigen roeping.
“De missie van aanwezigheid”
Het San Lorenzo-project wil terugkeren naar de oorspronkelijke inspiratie van Franciscus. Nieuwe gemeenschappen worden aangemoedigd een authentiek broederlijk leven te leiden, tijd vrij te maken voor gebed en stilte, eenvoudig te leven, gastvrij te zijn, dicht bij de armen te staan en samen missionair aanwezig te zijn in Kerk en samenleving. In verschillende landen heeft deze aanpak inmiddels geleid tot nieuwe gemeenschappen en zelfs tot nieuwe roepingen.
Tegen deze achtergrond ontstond in januari 2025 de internationale gemeenschap in het Emmausklooster te Velp bij Grave. Dit historische klooster, gesticht in 1645, is het oudste nog bestaande kapucijnenklooster van Nederland en tevens de oudste franciscaanse plek van het land. Het beschikt over een gastenverblijf met twaalf kamers en ligt aan zowel de Walk of Wisdom als het Brabants Kloosterpad.
De gemeenschap bestaat uit vijf broeders afkomstig uit Nederland, Duitsland, Tanzania, India en Indonesië. Met enige humor merkte broeder Christophorus op dat zij allemaal buitenlanders zijn, zelfs de Nederlandse broeder, die meer dan veertig jaar in Rome had gewoond voordat hij naar Nederland terugkeerde.
Het dagelijks leven van de gemeenschap wordt gekenmerkt door gezamenlijk gebed, eucharistieviering, stilte en onderlinge verbondenheid. De broeders ontvangen gasten, begeleiden groepen, werken mee in de plaatselijke parochie en vertellen op verschillende plaatsen over hun leven. Opvallend is de grote belangstelling die zij vanaf het begin hebben ervaren. Kranten en televisie meldden zich spontaan, en het aantal aanvragen van gasten en groepen overtreft regelmatig hun mogelijkheden.
Vooral de reacties van bezoekers maken indruk. Mensen vertellen dat een verblijf in het klooster voor hen een bijzondere ervaring is geweest. Volgens broeder William, de jongste van de gemeenschap, is hun eerste missie dan ook eenvoudigweg “de missie van aanwezigheid”. Juist het feit dat er weer broeders wonen, bidden, gasten ontvangen en zichtbaar aanwezig zijn, blijkt mensen te raken.
De meeste broeders spreken nog maar beperkt Nederlands en zijn nog volop bezig zich in Nederland thuis te voelen. Toch ervaren gasten iets van de vreugde, gastvrijheid en verbondenheid die de gemeenschap uitstraalt. De broeders koken, dekken de tafel, doen de afwas, maken tijd voor een gesprek en zijn eenvoudig aanwezig. Juist daarin ligt volgens hem een onverwachte kracht.
Broeder Christophorus: “Dat betekent niet dat alles vanzelf gaat. Samenleven met broeders uit verschillende culturen vraagt veel geduld, empathie en wederzijds begrip.” Met een glimlach vertelde hij een anekdote over een cultureel misverstand binnen de gemeenschap. De vraag “Leef je nog?” bijvoorbeeld: “Die kan echt verkeerd vallen,” weet de broeder nu. “Uiteindelijk eindigde het in gezamenlijk lachen en elkaar omarmen. Zulke ervaringen hebben ons geleerd conflicten niet onmiddellijk als problemen te beschouwen, maar eerst te kijken welke culturele achtergronden een rol spelen. Zij proberen elkaar steeds opnieuw te verstaan en vertrouwen erop dat de Heilige Geest juist door verschillen heen werkt.” Hierin herkende hij ook iets van het synodale proces waarmee de hele Kerk vandaag bezig is.
De Heilige Geest weet uit diversiteit iets goeds voort te brengen
Aan het einde van zijn lezing ging hij in op de vraag die hem regelmatig wordt gesteld: wanneer zal dit project als geslaagd kunnen worden beschouwd? Zijn antwoord was eenvoudig. “Het project is eigenlijk allang geslaagd.” Vijf broeders uit vijf verschillende landen hebben ervoor gekozen samen te leven in de geest van Franciscus. Zij leven in vreugde en vrede met elkaar en blijken daarmee anderen te inspireren. Natuurlijk hoopt hij dat er in de toekomst nog meer zal groeien en dat misschien ook nieuwe roepingen zullen ontstaan. Maar wat er nu al zichtbaar is, rechtvaardigt volgens hem de overtuiging dat deze nieuwe start de moeite waard is geweest.
Ter afsluiting verwees broeder Christophorus naar een passage uit Evangelii Gaudium van paus Franciscus. Hij parafraseert: “Het evangelie behoort niet toe aan een selecte groep die het voor zichzelf bewaart. De verscheidenheid van mensen, gemeenschappen en culturen kan uitdagend zijn, maar de Heilige Geest weet juist uit die diversiteit iets goeds voort te brengen. Zo ontstaat een “evangelische dynamiek” die niet door macht of dwang werkt, maar door de aantrekkingskracht van het geleefde geloof.” Of de geschiedenis van de kapucijnen in Nederland door deze nieuwe gemeenschap zal worden voortgezet, weet niemand. “Maar”, zo besloot hij, “de vijf broeders in Velp willen er in ieder geval alles aan doen om ervoor te zorgen dat het verhaal van Franciscus verder verteld kan worden.”
Foto’s: Bisdom Breda
