
DIOCESANE REGELINGEN 2025
A. Pseudo-werknemers 8 1. Priesters en ongehuwde diakens 8 1.1. Honorering priesters – algemeen 8 1.2. Ambtsonkosten 9 1.3. AOW-leeftijd 10 1.4. Vakantiegeld 10 1.5. Inwonend of vrij wonend 11 1.6. Honorering 2025 inwonende priester 11 1.7. Honorering 2025 vrij wonende priester 13 1.8. Honorering en vergoedingen 2025 reguliere priester 14 1.9. Reiskosten 15 1.10. Regeling huishoudgeld voor priesters 16 1.11. Pensioenpremie seculiere priester 17 1.12. Ingangsdatum pensioen priesters 17 1.13. Pensioenpremie religieuzen 17 1.14. AOW-uitkering priester 18 1.15. Arbeidsongeschiktheid priester 19 1.16. Huisvestingskosten reguliere priester 20 1.17. Verhuiskosten priester 20 1.18. Overige inkomsten priester 21 1.19. Doorbelasting kosten tussen parochies 21 2. Gehuwde gehonoreerde diakens 23 2.1. Honorering 23 2.2. Reis-, verblijf- en functioneringskosten [ambtsonkosten] 23 2.3. Pensioenpremie gehonoreerde diaken 23 2.4. Arbeidsongeschiktheidsverzekering gehonoreerde diaken 24 2.5. Arbeidsongeschiktheid gehonoreerde diaken 24 2.6. Woontoeslag gehonoreerde diaken 25 2.7. Vergoeding premie zorgverzekering diaken 25 3. Ongehonoreerde diakens 26 3.1. Reis-, verblijf- en functioneringskosten [ambtsonkosten] 26 B. Personeel in loondienst 28 4. Pastoraal werk(st)ers 29 4.1. Salariëring 29 4.2. Reis-, verblijf- en functioneringskosten [ambtsonkosten] volgens artikel 28 rechtspositiereglement 30 4.3. Pensioenpremie 30 4.4. Woontoeslag 30 4.5. Vergoeding premie zorgverzekering 31 5. Huishoudelijk personeel 32 5.1. Salariëring 32 5.2. Overeenkomst tot verzorging en huisvesting (inwonende huishoud(st)er) 32 5.3. Pensioenpremie 32 5.4. Lage-inkomensvoordeel 32 6. Secretariële en administratieve medewerkers 33 6.1. Salariëring 33 7. Kosters 34 7.1. Salariëring 34 8. Dirigenten en organisten 35 8.1. Honorering organisten en dirigenten 35 8.2. Pensioenregeling kerkmusici 36 C. Overige vergoedingen en regelingen 38 9. Assistenties 38 9.1. Wisselende assistenties 38 9.2. Vaste assistenties 38 9.3. Reiskostenvergoedingen 38 9.4. Overige opmerkingen ter zake van assistenties 38 10. Werkkostenregeling 40 11. Premies sociale verzekeringen 41 12. WW-premiedifferentiatie 43 13. Pensioenpremie PFZW (pensioenfonds zorg en welzijn) 44 14. Zorgverzekeringswet 45 14.1. Inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet 45 15. ZZP-er of toch loondienst 46 16. Vrijwilligersvergoeding 47 17. Uitbetaalde bedragen aan derden 48 18. Verzekeringen 49 18.1. Inleiding 49 18.2. Aansprakelijkheidsverzekering (collectief) 49 18.3. Grafmonumentenverzekering (collectief) 51 18.4. Ongevallenverzekering vrijwilligers (collectief) 51 18.5. Aansprakelijkheid voor bestuurders van motorrijtuigen WEGAM (collectief) 52 18.6. Bestuurdersaanprakelijkheidsverzekering (bisdom collectief) 53 18.7. Ongevallenverzekering werknemers en ambtsdrager (bisdom collectief) 53 18.8. Gebouwen en inventaris (verzekeringnemer parochie) 55 18.9. Ziekengeldverzekering (verzekeringnemer parochie) 56 18.10. Arbodienstverlening (verzekeringnemer parochie) 56 18.11. WGA – eigen beheer daggeldverzekeringen (verzekeringnemer parochie) 57 18.12. WGA – hiaatverzekering (verzekeringnemer parochie) 58 18.13. Ziektekostenverzekering (individueel) 59 D. Diversen 60 19. Overzicht van het re-integratie-traject 60 20. Risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) 62 21. Verklaring omtrent gedrag 63 22. Energie voor kerken 64 23. Energie informatieplicht 65 24. Introductie ANBI 66 24.1. Fiscaal aftrekbare giften 66 24.2. Fiscale voordelen donateur 66 24.3. Voorwaarden ANBI-status 67 24.4. Gevolgen intrekken ANBI status 68 24.5. ANBI-publicatieplicht 68 25. Verhuur van een opstellocatie voor een zend-/ontvangstinstallatie 70 26. Inschrijving Kamer van Koophandel 71 27. eHerkenning 72 28. UBO-cliëntonderzoek banken en financieel dienstverleners 73 29. Begroting parochies 74 29.1. Normatief begroten met betrekking tot parochies 74 29.2. Voorziening onderhoud (kerk)gebouwen 75 29.3. Verhuur pastorieën en dienstwoningen 76 30. Nieuw beleggingsfonds Bisdom Breda 77 30.1. Organisatie 77 30.2. Voorwaarden 77 31. Het aanvragen van machtigingen 78 31.1. Algemeen 78 31.2. Procedures 78 31.3. Handelingen waarvoor machtiging nodig is 79 32. Nieuwe richtlijn onderhoud kerkgebouwen 81 33. Tarieven 2025 82 34. Procedure rondom AVG en datalekken 84
Voorwoord Hierbij treft u de “Diocesane Regelingen 2025” aan. Met onze brief van 22 oktober 2024 (kenmerk 090/06/24) hebben wij u geïnformeerd over de tarieven kerkelijke diensten. Deze staan ook nogmaals vermeld aan het einde van dit boekje. Deze Diocesane Regelingen vormen een naslagwerk voor parochies en andere kerkelijke instellingen en bevatten zoveel mogelijk relevante informatie die van belang is bij het besturen en beheren van deze instellingen. De Diocesane Regelingen sluiten daarbij aan bij de Interdiocesane Regelingen, zoals die door de Bisschoppenconferentie van de Nederlandse Kerkprovincie zijn vastgesteld. Uw aandacht wordt dit jaar speciaal gevraagd voor: 24 ANBI status en de daarbij geldende voorwaarden 27 eHerkenning 28 UBO-cliëntonderzoek 30 Nieuw beleggingsfonds 32 Beperken onderhoud gebouwen 34 AVG en datalekken Vriendelijk verzoeken wij u dit jaar extra aandacht te schenken aan de (eventuele wijzigingen in de) regelingen en met name uw medewerkers hierover alsnog te informeren. Met uw vragen, opmerkingen en suggesties kunt u terecht bij: Afdeling Financiën Veemarktstraat 48 4811 ZH BREDA Tel. 076 – 52 23 444 E-mail: financien@bisdombreda.nl Breda, januari 2025 L.A. Blom Econoom Bisdom Breda
Omwille van de leesbaarheid wordt in het vervolg van de tekst alleen van priesters gesproken, maar hetgeen hieronder wordt aangegeven geldt ook voor gehonoreerde ongehuwde diakens, tenzij anders vermeld. Hiervan uitgezonderd is overigens de transeunt diaken die zich in zijn stageperiode op weg naar het priesterschap bevindt, voor wie een separate regeling bestaat1. Het bruto honorarium voor priesters jonger dan 67 jaar2 was tot en met 2024 opgebouwd uit een drietal elementen, te weten: • een honorarium, • een vaste vergoeding voor autokosten3, • een vergoeding voor de door de priester zelf te betalen kosten van zijn zorgverzekering. Door het landelijk Economencollege is in de loop van 2024 besloten dit honorarium met ingang van 1 januari 2025 te gaan behandelen als één integraal honoreringsbedrag. De samenstellende delen ziet u derhalve in de richtlijnen van 2025 en verder niet meer terug. Het bruto honorarium is voor 2025 verhoogd met de zogenaamde “gemengde index”, die door het landelijk Economencollege van de gezamenlijke Nederlandse bisdommen voor 2025 is vastgesteld op 4,9%4. Werkzame priesters ouder dan 67 jaar ontvangen een bruto honorarium dat tot 2024 enkel bestond uit een vergoeding voor vaste autokosten. Ook dit honorarium wordt jaarlijks aangepast op basis van de hiervoor genoemde gemengde index. Het inkomen van priesters die binnen een parochie werkzaam zijn, bestaat naast het bruto honorarium uit: • recht op vrije huisvesting, • een vergoeding voor de huishouding, • een vergoeding voor ambtsonkosten. Dit geldt in principe tot aan hun emeritaat [welke datum vaak niet gelijk zal zijn aan de datum van het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd c.q. de pensioenleeftijd]. Op grond van het bovenstaande bedraagt het standaard-honorarium van een inwonende priester per maand:
| 2025 | 2024 | |
| Honorarium van een priester, jonger dan 67 jaar, inwonend | € 1.970,63 | € 1.878,58 |
| Honorarium van een priester, ouder dan 67 jaar, inwonend | € 519,95 | € 495,66 |
De priester heeft recht op 12 gelijke maandbetalingen. De priester heeft géén recht op de uitbetaling van vakantietoeslag. Alleen fiscaal wordt de honorering van priesters en gehonoreerde diakens behandeld als waren ze werknemers. Dat zijn ze arbeidsrechtelijk niet omdat de gezagsverhouding, zoals die er normaal gesproken tussen werknemer en werkgever is, ontbreekt. Zij werken immers niet op basis van een arbeidscontract met het parochiebestuur maar op basis van een kerkrechtelijke aanstelling door de bisschop. Daarom wordt er gesproken van zogenaamde pseudo-werknemers en is de parochie c.q. het parochiebestuur in deze pseudo-werkgever. Let op: de in paragraaf 1.6 en 1.7 opgenomen bruto-netto berekeningen zijn voorbeeldberekeningen. De feitelijke situatie binnen een parochie kan maken dat hiervan dient te worden afgeweken. Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld de situatie dat de parochie een auto aan de priester beschikbaar heeft gesteld. Een ander voorbeeld is de situatie waarin in het geval van een vrij wonende priester niet het normbedrag voor de energiekosten gebruikt mag worden omdat de daadwerkelijke maandelijkse energiekosten bekend zijn. In deze situatie dient de fiscale bijtelling voor eigen gebruik te worden gebaseerd op de daadwerkelijke energiekosten.
Iedere parochie is verplicht de zogenaamde werkkostenregeling toe te passen [zie hoofdstuk 10]. Er geldt een speciale regeling voor de fiscaal toegestane hoogte van de vergoeding voor ambtsonkosten. Binnen deze speciale regeling mag de ambtsonkostenvergoeding worden aangemerkt als eindheffingsloon dat gericht is vrijgesteld. Op basis van de fiscale regeling geldt een ambtsonkostenvergoeding voor een bedrag van € 90,00 per maand, oftewel € 1.080,00 op jaarbasis. Met de Belastingdienst is in 2021 afgesproken dat deze regeling kan worden voortgezet tot en met 31 december 2026 onder voorbehoud van wijziging van relevante wet- en/of regelgeving en jurisprudentie. In de ambtsonkostenvergoeding zijn begrepen de kosten van vakliteratuur, permanente educatie, mobiele telefoon en pc alsmede zogenaamde intermediaire kosten (bureau-, vergader- en representatiekosten). Met de vaste vergoeding voor ambtsonkosten wordt geacht te zijn voorzien in alle door betrokkene te maken ambtsonkosten, behoudens de reiskostenvergoeding genoemd in paragraaf 1.9. Let op: het toekennen van de vergoeding voor ambtsonkosten impliceert dat de daaronder begrepen onkosten niet meer door de betreffende priester bij de parochie kunnen worden gedeclareerd. In dat geval zou immers van een dubbele vergoeding sprake zijn. Indien de daadwerkelijke ambtsonkosten aantoonbaar hoger liggen dan de hiervoor genoemde vergoeding, kan ervoor gekozen worden om toekenning van de ambtsonkostenvergoeding achterwege te laten en de daadwerkelijke (hogere) ambtsonkosten bij de parochie te declareren, vanzelfsprekend onder overlegging van alle onderliggende administratieve bescheiden. Rekening houdend met de ook reeds in voorgaande jaren gebruikte mogelijkheid tot het gedeeltelijk brengen van de vergoeding van ambtsonkosten onder de zogenaamde beschikbare vrije ruimte van de parochie binnen de werkkostenregeling [voor 2025 in dit kader vastgesteld op € 10,00 per maand], wordt de vergoeding van ambtsonkosten per 1 januari 2025 ongewijzigd vastgesteld op € 100,00 per maand (€ 1.200,00 per jaar). Een en ander betekent dat iedere parochie bij het gebruik van de zogenaamde vrije ruimte uit de werkkostenregeling verplicht is deze als eerste te gebruiken voor het onbelast uitkeren van € 10,00 per maand ter zake van de vergoeding van de ambtsonkosten. Regelmatig kan worden geconstateerd dat een parochie op haar eigen kosten een laptop of PC en een mobiele telefoon ter beschikking stelt van de priester (voor zowel zakelijk als ook privégebruik). Op dat moment dient de hoogte van de ambtsonkostenvergoeding naar beneden te worden bijgesteld. Immers, de betreffende kosten worden door de priester niet meer in privé gemaakt, zodat deze ook niet meer kunnen worden vergoed. In voorkomend geval dient de ambtsonkostenvergoeding te worden aangepast. Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met het bisdom.
Voor 2025 blijft de AOW-leeftijd 67 jaar. De AOW-leeftijd blijft tot en met 2027 ongewijzigd. Door de Nederlandse Bisschoppenconferentie is besloten voor de datum van pensionering zich te conformeren aan de geldende en komende AOW-regels. Dit betekent dat de honoreringsregeling dienovereenkomstig steeds wijzigingen ondergaat.
Zoals in paragraaf 1.1 is aangegeven, worden clerici voor de fiscaliteit aangemerkt als zogenaamde pseudo-werknemer. Dit betekent dat zij niet als reguliere werknemer worden aangemerkt. Zij hebben geen recht op 8% vakantietoeslag. Priesters hebben afhankelijk van hun leeftijd en omvang van de aanstelling recht op een honorarium zoals aangegeven in paragraaf 1.6 en paragraaf 1.7.
Een belangrijk element in de bepaling van de exacte beloning van een priester is het antwoord op de vraag of sprake is van een inwonende of een vrij wonende priester. Het antwoord bepaalt of paragraaf 1.6 honorering inwonende priester of paragraaf 1.7 honorering vrij wonende priester van toepassing is. Het verschil tussen ‘inwonen’ en ‘vrij wonen’ heeft geen invloed op het door de priester te ontvangen netto-honorarium. Dat is in beide gevallen gelijk. Wel heeft het onderscheid belangrijke consequenties voor de lasten van de parochie. In geval van vrij wonen is de bruto-honorering van de priester aanmerkelijk hoger. Bij de vraag of sprake is van inwoning dan wel vrij wonen is vooral bepalend of de ter beschikking gestelde woonruimte mede andere personen tot huisvesting dient. De belastingdienst merkt hierbij op dat bij de term inwoning vooral moet worden gedacht aan niet-zelfstandige huisvesting. Er kan niet van inwoning worden gesproken wanneer een pastorie/woning slechts door één persoon wordt bewoond. Dit wordt ook niet meteen anders als een pastorie niet alleen tot woonruimte maar ook tot kantoorruimte/parochiecentrum dient. Alleen in het geval de priester niet beschikt over een eigen keuken of sanitair, maar de keuken (en/of sanitair) in de pastorie in medegebruik heeft alsook de hal/gang moet delen met het parochiecentrum en de woonruimte niet over een eigen ingang beschikt, kan eventueel worden gesproken over inwoning (Gerechtshof van ’s-Hertogenbosch 14 juni 2000, nr. 98/03087). Aangezien priesters in het algemeen niet op zodanige wijze zijn gehuisvest, geldt de hoofdregel dat wanneer een pastorie door één priester wordt bewoond er sprake is van vrij wonen. De normen voor inwoning zijn dus alleen van toepassing als sprake is van een door meerdere personen bewoonde pastorie. Slechts bij uitzondering kan in andere gevallen sprake zijn van inwoning, maar dan dienen er bijzondere omstandigheden aan de orde te zijn.
Voor de fiscale bijtelling inwoning, zoals deze wordt gehanteerd in de berekening van de netto-honorering van inwonende priesters, wordt aangesloten bij de fiscale norm voor huisvesting en inwoning welke voor 2025 is vastgesteld op € 6,805 per dag. Uitgaande van 365 dagen per jaar betekent dit een fiscale bijtelling inwoning ad € 206,83 per maand. De fiscale bijtelling voor de huishouding is conform de afspraak met de Belastingdienst voor 2025 vastgesteld op € 284,336 per maand.
| a. | Leeftijd tot 67 | Grondslag in € | Per maand in € |
| Totaal bruto honorarium | 1.970,63 | 1.970,63 | |
| Fiscale bijtelling inwoning | 206,83 | ||
| Fiscale bijtelling huishouding | 284,33 | ||
| Werkgeversbijdrage ZVW | 136,68 | 136,68 | |
| 2.598,47 | 2.107,31 | ||
| Af: loonheffing over € 2.598,47 | -244,67 | ||
| Af: inhouding ZVW | -136,68 | ||
| Netto honorering | 1.725,96 | ||
| b. | Leeftijd vanaf 67 | Grondslag in € | Per maand in € |
| Totaal bruto honorarium | 519,95 | 519,95 | |
| Fiscale bijtelling inwoning | 206,83 | ||
| Fiscale bijtelling huishouding | 284,33 | ||
| Werkgeversbijdrage ZVW | 56,14 | 56,14 | |
| 1.067,25 | 576,09 | ||
| Af: loonheffing over € 1.067,25 | -191,08 | ||
| Af: inhouding ZVW | -56,14 | ||
| Netto honorering | 328,87 |
In samenhang met de invoering van de werkkostenregeling7 wordt door de Belastingdienst geen normbedrag meer vastgesteld voor de fiscale bijtelling nutsvoorziening. Met ingang van 1 januari 2016 dienen deze kosten te worden bepaald op basis van de daadwerkelijke kosten [op factuurbasis]. Dit bedrag kan per situatie verschillen, waardoor het maken van een standaard loonberekening voor vrij wonende priesters niet meer mogelijk is. Uitgangspunt is steeds geweest en blijft dat iedere vrij wonende priester een netto honorarium ontvangt dat gelijk is aan zijn inwonende collega. Dit betekent dat een vrij wonende priester jonger dan 67 jaar een netto honorarium dient te ontvangen ad € 1.725,96 en een vrij wonende priester ouder dan 67 jaar € 328,87. Het is de verantwoordelijkheid van de parochie om voornoemd netto honorarium in haar loonadministratie te bruteren, gebruikmakend van de daadwerkelijke kosten voor de nutsvoorziening. Hiervoor kan bijvoorbeeld worden aangesloten bij de hoogte van de maandelijkse voorschotnota’s 2025 ter zake van de nutsvoorzieningen. In de praktijk zullen de werkelijke kosten van de nutsvoorzieningen betreffende het woongedeelte van de priester soms niet goed bepaalbaar zijn, bijvoorbeeld in de situatie dat afzonderlijke meters voor gas en elektriciteit ontbreken. In dat geval zal gezocht moeten worden naar een zo goed mogelijke benadering van deze kosten. Indien inzicht in de werkelijke kosten van nutsvoorziening daadwerkelijk ontbreekt, stelt het bisdom voor om voor een éénpersoonshuishouden [verbruik stroom 1.500 kWh, gas 1.000 m³ en water 100m³] op basis van de thans per 1 januari 2025 geldende energietarieven uit te gaan van een fiscale bijtelling voor nutsvoorzieningen ad € 161,00 per maand8. In onderstaande voorbeeldberekeningen voor de verloning van vrij wonende priesters wordt van deze norm uitgegaan.
| a. | Leeftijd tot 67 jaar | Grondslag in € | Per maand in € | |
| Honorarium | 2.332,63 | 2.332,63 | ||
| Fiscale bijtelling vrij wonen (18% van loon voor loonheffing, exclusief bijtelling vrij wonen) | 533,12 | |||
| Fiscale bijtelling nutsvoorziening | 161,00 | |||
| Fiscale bijtelling huishouding | 284,33 | |||
| Werkgeversbijdrage ZVW | 183,83 | 183,83 | ||
| 3.494,91 | 2.516,46 | |||
| Af: loonheffing over € 3.494,91 | -606,67 | |||
| Af: inhouding ZVW | -183,83 | |||
| Netto honorering | 1.725,96 | |||
| b. | Leeftijd vanaf 67 jaar | Grondslag in € | Per maand in € | |
| Honorarium | 553,79 | 553,79 | ||
| Fiscale bijtelling vrij wonen (18% van loon voor loonheffing, exclusief bijtelling vrij wonen) | 191,74 | |||
| Fiscale bijtelling nutsvoorziening | 161,00 | |||
| Fiscale bijtelling huishouding | 284,33 | |||
| Werkgeversbijdrage ZVW | 66,12 | 66,12 | ||
| 1.256,98 | 619,91 | |||
| Af: loonheffing over € 1.256,98 | -224,92 | |||
| Af: inhouding ZVW | -66,12 | |||
| Netto honorering | 328,87 | |||
Als een reguliere priester werkzaam is in een parochie en de kost en inwoning door de parochie worden geregeld, wordt de honorering van deze priester vastgesteld op basis van paragraaf 1.6 (inwonend) of paragraaf 1.7 (vrij wonend). Indien is overeengekomen dat een benoemde reguliere priester in het klooster van zijn communiteit blijft wonen, ontvangt de parochie van diens reguliere instituut een nota voor pensionkosten. Voor de bepaling van deze door te belasten pensionkosten wordt aangesloten bij de fiscale normen voor huisvesting en inwoning, zoals die voor vrij wonende priesters worden gehanteerd9. Op basis van paragraaf 1.6 bedraagt het netto honorarium van een priester € 1.725,96. Omdat in deze situatie de parochie niet rechtstreeks zorg draagt voor kost en inwoning (dit is en blijft de eigen verantwoordelijkheid van de congregatie) hoeft de parochie bij de loonberekening geen rekening te houden met de fiscale bijtellingen die daarmee verband houden. Zo ontstaat de volgende standaard bruto-netto berekening:
| Leeftijd tot 67 jaar | Grondslag in € | Per maand in € | |
| Honorarium | 1.803,04 | 1.803,04 | |
| Werkgeversbijdrage ZVW | 100,11 | 100,11 | |
| 1.903,15 | 1.903,15 | ||
| Af: inhouding loonheffing over 1.903,15 | -77,08 | ||
| Af: inhouding ZVW | -100,11 | ||
| Netto honorering | 1.725,96 |
Naast genoemde netto honorering heeft de reguliere priester recht op de vergoeding voor ambtsonkosten conform paragraaf 1.2 als ook op een reiskostenvergoeding conform paragraaf 1.9. Er bestaat uitdrukkelijk géén recht op vergoeding huishoudgeld. Voor de pensioenpremie voor religieuzen wordt verwezen naar paragraaf 1.13. Overigens kan in een voorkomend geval altijd contact worden opgenomen met het bisdom.
De vaste autokosten zijn qua vergoeding reeds opgenomen in het honorarium10. Deze vergoeding betreft een brutobedrag en is onafhankelijk van het aantal daadwerkelijk gemaakte kilometers. Alleen voor dienstreizen (dus geen privéreizen) zal in 2025 een vergoeding gelden voor de variabele autokosten van € 0,32 bruto per km; € 0,09 hiervan zal als inkomen moeten worden aangemerkt en is derhalve belast. De resterende € 0,2311 kan nog steeds onbelast worden vergoed. Dit is onder de werking van de werkkostenregeling niet veranderd. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de parochie de vrije ruimte vanuit de werkkostenregeling gebruikt voor het (deels) onbelast uitbetalen van het normaal belaste deel van de kilometervergoeding. Voor priesters die zijn benoemd in een parochie geldt vaak dat de ambtswoning zowel woonplek als standplaats is. In die situatie is er principieel geen sprake van woon-werkverkeer en kunnen alle met het ambt verbonden kilometers tegen het tarief van dienstreizen worden gedeclareerd. Daar waar uitdrukkelijk wel sprake is van een splitsing tussen woonplek en standplaats, geldt voor het woon-werkverkeer een maximale vergoeding ad € 0,23 per kilometer. Van een variabele vergoeding voor privé-gereden kilometers kan geen sprake zijn. Als een parochie, na vooraf aangevraagde en verkregen toestemming van het bisdom, besluit om een priester een auto ter beschikking te stellen, gelden daarvoor de normale fiscale bijtellingsregels, een en ander afhankelijk van de CO2 uitstoot van de betreffende auto.
Sinds 2004 geldt voor de ‘huishouding’ een forfait, dat jaarlijks met de Belastingdienst wordt overeengekomen. Daarmee is de destijds bestaande noodzaak van het bewaren van bonnetjes komen te vervallen. Deze afspraak ziet dan ook op een administratieve lastenverlichting voor de parochie. Het door een individuele parochie afwijken van deze regeling zou betekenen dat de verplichting tot het bewaren van bonnetjes herleeft alsmede dat de in de hiervoor opgenomen bruto-netto berekeningen gehanteerde normatieve bijtelling voor de kosten van de huishouding wellicht zou dienen te worden aangepast. Het afwijken van deze regeling is dan ook niet toegestaan. Ten behoeve van de kosten die in de huishouding worden gemaakt [voor bijvoorbeeld eten en dergelijke], zijn in 2025 de volgende [maximale] bedragen toegestaan: Huishoudgeld in geval van vrij wonen, per persoon: € 4.853 p/j [€ 404,42 p/m] Huishoudgeld in geval van inwoning, per persoon: € 4.246 p/j [€ 353,83 p/m] Let overigens op: het is nadrukkelijk vanuit de fiscus niet toegestaan de vermelde bedragen, al dan niet via de salarisadministratie, direct aan de priester of diaken op een eigen privé-bankrekening uit te betalen. Indien gewenst kunnen deze bedragen op een aparte (zakelijke) bankrekening van de parochie worden gestort, waarover de priester alsdan via een bankpasje voor het doen van boodschappen voor zijn huishouding kan beschikken. Het is niet de bedoeling dat met het bankpasje contante geldopnamen van de huishoudrekening worden gedaan. Indien er op enig moment een saldo op de huishoudrekening staat, is dat geld nog steeds eigendom van de parochie, die dat saldo ook in de jaarrekening van de parochie dient te verantwoorden. Immers, voor dit saldo zijn nog geen daadwerkelijk aantoonbare uitgaven ten behoeve van de huishouding van de priester gedaan.
Voor het jaar 2025 heeft het PNB [Pensioenfonds Nederlandse Bisdommen] de pensioenpremie na premiekorting vastgesteld op € 10.707,00 12 per jaar. Dit is inclusief de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen. Let op: aanmeldingen en mutaties bij PNB lopen altijd via het bisdom. Voor de hoogte van de premie voor reguliere priesters [religieuzen] wordt u verwezen naar paragraaf 1.13. De pensioenpremie komt volledig ten laste van de parochie. Er is sprake van een verplichte deelname aan deze pensioenvoorziening.
Het PNB heeft na consultatie van de Bisschoppenconferentie in 2013 besloten om de pensioenleeftijd administratief te verhogen naar 67 jaar en tevens te faciliteren dat het pensioen als regel op de AOW-leeftijd ingaat. Tevens is het mogelijk gemaakt om naar eigen keuze vervroegd met pensioen te gaan [minimale leeftijd 55 jaar]. Dit leidt dan wel tot een verlaging van de pensioenuitkering. Iedere seculiere priester die de leeftijd van 67 jaar of ouder heeft bereikt, ontvangt het volledige door hem opgebouwde pensioen. Ook als ervoor wordt gekozen om na het bereiken van de 67-jarige leeftijd door te functioneren, wordt het opgebouwde pensioen uitbetaald. Hierdoor is geen extra pensioenopbouw na het 67ste levensjaar meer mogelijk. De hoogte van het uiteindelijke pensioen is afhankelijk van het aantal vervulde dienstjaren en de omvang van de aanstelling. Voor inzicht in het door een priester opgebouwde pensioen bij het PNB, verwijzen wij graag naar de rekenvoorbeelden die ter zake zijn opgenomen op de site van het PNB13 alsmede naar www.mijnpensioenoverzicht.nl. Ten behoeve van een reguliere priester die ontslag vraagt uit actieve dienst en met emeritaat gaat, worden de oudedagsvoorzieningen getroffen door de desbetreffende orde of congregatie [zie paragraaf 1.13].
Het gaat hier om een vergoeding die betaald wordt aan religieuze instituten, zonder dat hierdoor de desbetreffende religieus een persoonlijke aanspraak op een pensioen verkrijgt bij bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij of pensioenfonds. Eind 2003 zijn de Bisschoppenconferentie en de SNPR (Samenwerking Nederlandse Priester Religieuzen) tot overeenstemming gekomen over de hoogte van het bedrag van deze “pensioenpremie” alsmede over de toekomstige indexering daarvan. Voor de indexering wordt de zogeheten ‘gemengde index’ gehanteerd. Voor het jaar 2025 is deze index vastgesteld op 4,9%. Voor het jaar 2025 is de jaarpremie vastgesteld op een bruto bedrag ad € 4.677,00.14 Deze pensioenpremie wordt door de Belastingdienst beschouwd als onderdeel van het honorarium. De betaling van de oudedagsbijdrage van reguliere priesters, die in parochies werkzaam zijn, geschiedt dan ook via het “loonstrookje” van de desbetreffende religieus zodat er loonheffing wordt ingehouden. Deze betaling vindt jaarlijks in een keer plaats in de maand juni tegen het tarief voor bijzondere beloning. De religieus en het bestuur van zijn instituut zijn ervoor verantwoordelijk dat het aldus resterende nettobedrag ook daadwerkelijk wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve van het instituut voor de “oude dag”. De premiebetaling aan religieuze instituten geschiedt tot de 70-jarige leeftijd, ook als de desbetreffende regulier doorwerkt na het bereiken van deze leeftijd.
Een AOW-er die alleen woont, ontvangt een AOW-uitkering van 70% van het netto minimumloon. Een AOW-er die een gezamenlijke huishouding met één andere meerderjarige persoon voert, ontvangt 50% van het netto minimumloon. Wanneer priesters de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en een aanvraagformulier dienen in te vullen voor de AOW, wordt daarin de vraag gesteld of een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd. Deze vraag wordt gesteld in het kader van het verscherpte toezicht op het oneigenlijk gebruik van de sociale verzekeringswetten. Bij het antwoord op deze vraag is het goed om de regels van de Sociale Verzekeringsbank te kennen en in acht te nemen. In geval twee meerderjarige personen in één huis wonen, neemt de Sociale Verzekeringsbank – ongeacht de aard van de relatie – snel aan dat sprake is van een gezamenlijke huishouding en ontvangt ieder van beide personen [indien de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt] in beginsel een AOW-uitkering van 50% van het netto minimumloon. Op de hoofdregel gelden op dit moment een beperkt aantal uitzonderingen. Is er sprake van een meerpersoonshuishouden met in het totaal 3 of meer meerderjarige personen in één woning en draagt ieder bij aan het huishouden, dan blijft het recht op de alleenstaanden AOW-uitkering (70% minimumloon) bestaan. Ook is, in geval twee personen in één woning wonen, geen sprake van een gezamenlijke huishouding als er een strikt zakelijke [commerciële] relatie bestaat. In dat laatste geval moeten in een contract reële prijzen voor huur en/of kost en inwoning zijn afgesproken en moet met betaal- en ontvangstbewijzen worden aangetoond dat de afgesproken huur of verzorging daadwerkelijk is betaald. Voor het behouden van een alleenstaanden AOW binnen een zorgrelatie gelden strikte regels. Hebben beide personen – dus zowel de betrokkene als degene die zorg ontvangt – ieder een zelfstandige woning en voldoen beiden aan de voorwaarden van de tweewoningenregel, dan behouden zij recht op een AOW-pensioen voor alleenstaanden. Informatie hierover is te vinden op de website van de SVB15.
Ziekte en Invaliditeit Sinds 1 januari 1992 draagt het PNB zorg voor uitkeringen wegens invaliditeit c.q. arbeidsongeschiktheid. Aanvragen hiervoor dienen bij de gedelegeerde voor welzijn voor in het pastoraat werkenden of het secretariaat van het bisdom te worden ingediend. Arbeidsongeschiktheid Per 1 augustus 2004 is de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ), die voor de R.K.-geestelijken van toepassing was, vervallen. De arbeidsongeschiktheidsverzekering is daarna overgenomen door het PNB. Seculiere R.K.-geestelijken die vóór 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden, vallen nog onder de WAZ. R.K.-geestelijken die ná 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden vallen onder de nieuwe verzekering van het PNB. In 2025 is opnieuw voor deze arbeidsongeschiktheidsverzekering geen afzonderlijke premie verschuldigd aan het PNB. Reguliere R.K.-geestelijken vallen in voorkomende gevallen terug op hun orde of congregatie. Uitkering bij arbeidsongeschiktheid Bij ziekte behoudt de priester recht op honorering, kost en inwoning en andere vergoedingen zoals in deze regelingen omschreven. Bij ziekte langer dan drie maanden, terwijl de priester in functie blijft, kan het bestuur vergoeding voor bijzondere assistentiekosten aanvragen bij het bisdom (via het Economaat). Gemaakte kosten voor assistentie gedurende de eerste drie maanden bij ziekte zijn altijd voor rekening van de parochie. Na één jaar ziekte neemt het bisdom de honorering en aanverwante kosten voor haar rekening, in afwachting van een invaliditeitsuitkering dan wel een aangepaste functie. Procedure en melding bij het bisdom Let op: Als de verwachting bestaat dat de ziekte of arbeidsongeschiktheid van langduriger aard zal zijn, dient het bisdom (de gedelegeerde) hiervan zo snel mogelijk in kennis te worden gesteld om te bezien of andere regelingen moeten worden getroffen, zoals opstarten re-integratietraject of aanpassing benoeming. Ook kan dan tijdig de procedure worden opgestart om te komen tot een invaliditeitsuitkering van het PNB indien sprake is van blijvende invaliditeit/arbeidsongeschiktheid. Bij toekenning van een invaliditeitsuitkering, welke kan plaatsvinden na één jaar ziekte/invaliditeit, ontvangt de seculiere priester/ongehuwde diaken een invaliditeitspensioen volgens het reglement PNB en wordt de benoeming beëindigd.
Indien is overeengekomen dat een benoemde reguliere priester in het klooster van zijn communiteit blijft wonen (zie ook paragraaf 1.8), ontvangt de parochie van diens reguliere instituut een nota voor pensionkosten. Voor de bepaling van de door te belasten kosten wordt aangesloten bij de fiscale normen voor huisvesting en inwoning, zoals die voor vrij wonende priesters worden gehanteerd in paragraaf 1.7. Door de congregatie wordt aan de betreffende parochie een factuur gestuurd voor de pensionkosten, welke in totaal € 1.098,54 per maand bedragen [2024: € 1.091,62 per maand].16 Deze pensionkosten worden maandelijks gefactureerd als “bijdrage constitutionele kosten” In een voorkomend geval kan altijd contact worden opgenomen met het bisdom voor nader overleg en afstemming.
In geval van verhuizing van een priester of ongehuwde diaken ten gevolge van een benoeming door de bisschop, geldt de volgende regeling:
Uit het ambt voortvloeiende inkomsten (Jura Stolae, stipendia, rouw- en trouwgelden, assistenties e.d.) dienen aan het bestuur van de parochie te worden afgedragen. Neveninkomsten Hieronder worden verstaan: o.a. AOW-uitkeringen, pensioenuitkeringen en persoonlijk gebonden inkomsten. Indien een geestelijke deze neveninkomsten geniet, vindt aanpassing van zijn door de parochie te betalen honorarium plaats. Daardoor betaalt de parochie minder aan de geestelijke. Zijn de inkomsten hoger dan het honorarium, dan dient een aparte regeling getroffen te worden inzake een bijdrage voor de kosten in de pastoriehuishouding. In paragraaf 1.6 en paragraaf 1.7 wordt voor door priesters die in een functie benoemd blijven na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd een standaard aangepast honorarium aangegeven, uitgaande van AOW en eventueel pensioeninkomsten.
Indien een priester incidenteel invalt in een andere parochie, is paragraaf 9 inzake assistentievergoedingen van toepassing. Indien echter sprake is van een bisschoppelijke zending van de priester naar meerdere parochies, die ieder een eigen financiële administratie voeren, dan dient een verrekening van de kosten van de priester tussen de parochies plaats te vinden. De exacte doorbelasting wordt bepaald door:
Voor de doorbelasting van de huisvestingskosten wordt aansluiting gezocht bij de toegepaste fiscale normen in de salarisberekening. Daarnaast kan een evenredig deel van de pensioenkosten worden doorbelast. Hieronder zijn standaardberekeningen opgenomen van de jaarlijkse kosten van een priester, die voor bovengenoemde doorbelasting kunnen worden gehanteerd. Over de doorbelastingen tussen parochies wordt geen Btw in rekening gebracht. De volgende bedragen kunnen worden gebruikt voor de eventuele doorbelasting tussen parochies ter zake van het gezamenlijk delen van de kosten van een inwonende of vrij wonende priester:
| STANDAARDKOSTEN per maand 2025 TE HANTEREN BIJ ONDERLINGE DOORBELASTING | |||||
| a. | Leeftijd tot 67 jaar | Inwonend | Vrij wonen | ||
| Honorarium | € 1.970,63 | € 2.332,63 | |||
| Werkgeversbijdrage Zvw | € 136,68 | € 183,83 | |||
| Fiscale bijtelling in/ vrij wonen Fiscale bijtelling huishouding | € 206,83 € 284,33 | € 694,12 € 284,33 | |||
| Maandelijks huishoudgeld voor zover meer dan de fiscale bijtelling | € 69,50 | € 120,09 | |||
| € 2.667,97 | € 3.615,00 | ||||
| Vaste onkostenvergoeding | € 100,00 | € 100,00 | |||
| Pensioenpremie | € 892,25 | € 892,25 | |||
| Totale maandkosten op basis van een volledige (voltijd) benoeming | € 3.660,22 | € 4.607,25 | |||
| b. | Leeftijd vanaf 67 jaar | Inwonend | Vrij wonen | ||
| Honorarium | € 519,95 | € 553,79 | |||
| Werkgeversbijdrage Zvw | € 56,14 | € 66,12 | |||
| Fiscale bijtelling in/ vrij wonen Fiscale bijtelling huishouding | € 206,83 € 284,33 | € 352,74 € 284,33 | |||
| Maandelijks huishoudgeld voor zover meer dan de fiscale bijtelling | € 69,50 | € 120,09 | |||
| € 1.136,75 | € 1.377,07 | ||||
| Vaste onkostenvergoeding | € 100,00 | € 100,00 | |||
| Pensioenpremie | – | – | |||
| Totale maandkosten op basis van eenvolledige (voltijd) benoeming | € 1.236,75 | € 1.477,07 | |||
De onderstaande bedragen gelden voor gehuwde diakens die voor de volledige honorering in aanmerking komen. De honorering is sinds 2004 aangepast zodat het netto besteedbaar inkomen van de gehuwde gehonoreerde diaken gelijk is aan dat van de pastoraal werk(st)ers. Sinds 1 januari 2011 is de beloning van de pastoraal werk(st)ers gebaseerd op salarisschaal 10 uit de CAO Sociaal Werk. De Cao Sociaal Werk heeft een looptijd van 1 juli 2023 tot 1 augustus 2025. De gehuwde diaken tot 67 jaar, die per 1 januari 2025 op honoreringsbasis fungeert, ontvangt per die datum [uitgaande van 38 uur per week] een maandelijkse bruto-honorering vanaf 1 januari 2025 € 6.478,41,- oftewel € 77.740,92 op jaarbasis. Hierin is het vakantiegeld reeds begrepen. Daarnaast ontvangt de gehuwde diaken aan het einde van het jaar een eindejaarsuitkering van 1,85% overeenkomstig de vigerende regeling voor de pastoraal werk(st)ers. Het percentage van de eindejaarsuitkering wordt berekend over de in het betreffende kalenderjaar feitelijk verkregen bruto-honorering (dit is reeds inclusief vakantietoeslag). Aangezien het inkomen van de diaken door het opteren voor het pseudo-werknemerschap onder de heffing van de loonbelasting is gebracht, dient maandelijks loonheffing te worden ingehouden.
Hiervoor geldt dezelfde regeling zoals voor de pastorale werk(st)ers, waarnaar wordt verwezen17.
Voor het jaar 2025 is door het PNB de pensioenpremie vastgesteld op € 10.707,0018 per jaar. Dit is inclusief de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen. Op de honorering van de diaken wordt 50% van deze premie [d.w.z. € 5.353,50 op jaarbasis, ofwel € 446,13 op maandbasis] als eigen bijdrage ingehouden. Let op: aanmeldingen en mutaties bij PNB lopen altijd via het bisdom.
Per 1 augustus 2004 is de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen [WAZ], die voor de R.-K. geestelijken van toepassing was vervallen. De arbeidsongeschiktheidsverzekering is overgenomen door het Pensioenfonds Nederlandse Bisdommen. R.-K. geestelijken die vóór 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden, vallen nog onder de WAZ. R.-K. geestelijken die ná 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden, vallen onder de arbeidsongeschiktheidsverzekering van het PNB. Voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering is geen afzonderlijke premie verschuldigd aan het PNB.
Bij ziekte behoudt de diaken recht op honorering zoals in deze paragraaf omschreven. Bij ziekte langer dan drie maanden, terwijl de diaken in functie blijft, kan het bestuur voor de loonkosten een vergoeding aanvragen bij het bisdom [via het Economaat]. De loonkosten gedurende de eerste drie maanden van de ziekte zijn voor rekening van de parochie. Indien de verwachting is dat de ziekte van langduriger aard zal zijn, dient het bisdom hiervan per omgaande in kennis te worden gesteld om te bezien of andere regelingen moeten worden getroffen, zoals opstarten re-integratietraject of aanpassing benoeming. Ook kan dan tijdig de procedure worden opgestart om te komen tot een invaliditeitsuitkering van het PNB indien sprake is van blijvende invaliditeit/arbeidsongeschiktheid. Bij toekenning van een invaliditeitsuitkering, welke kan plaatsvinden na één jaar ziekte/invaliditeit, ontvangt de diaken een invaliditeitspensioen volgens het reglement PNB en wordt de benoeming beëindigd. Om dubbele betaling van loonbelasting te voorkomen dient de parochie na het verstrijken van het eerste jaar de maandelijkse betaling aan de diaken niet meer te verlonen, doch te werken met maandelijkse netto voorschotten. Als volledig herstel wordt bereikt, dienen deze maandelijkse voorschotten alsnog te worden verloond. Mocht [gedeeltelijke] arbeidsongeschiktheid worden vastgesteld, dan kunnen de achteraf eventueel teveel uitbetaalde voorschotten door de diaken aan de parochie vanuit de alsdan van het PNB te ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkering [waarop door het PNB alsdan loonbelasting wordt ingehouden en afgedragen] worden terugbetaald. Verdere verloning door de parochie kan alsdan achterwege blijven.
Voor zover de maandelijkse woonlasten [huurprijs exclusief servicekosten of -bij een eigen woning- de rentelasten en de aflossingen] meer bedragen dan de maximale kale huur voor het aanvragen van een huurtoeslag [voor 2025 € 900,07 per maand], zal op aanvraag van de diaken door de parochie een belastbare woontoeslag worden toegekend tot maximaal € 91,00 bruto per maand.
De diaken ontvangt met ingang van 1 januari 2006 een tegemoetkoming in de premie voor een aanvullende zorgverzekering van € 10,00 bruto per maand, ongeacht de omvang van zijn werkzaamheden.
De ongehonoreerde diaken ontvangt geen honorering voor zijn werkzaamheden als diaken. Hij heeft echter wel recht op vergoeding van de kosten die hij ten behoeve van de uitoefening van zijn ambt maakt. Daarom gelden voor hem in beginsel dezelfde onkostenvergoedingsregelingen als voor de gehonoreerde diaken [mochten hierover vragen zijn, dan kunt u contact opnemen met het bisdom]. Fiscaaltechnisch kan de ongehonoreerde diaken echter ook een beroep doen op de zogenoemde vrijwilligersvergoeding. Deze onbelaste vergoeding bedraagt in 2025 op jaarbasis max. € 2.100,0019. Indien de ongehonoreerde diaken daaraan ter dekking van zijn ambtsonkosten de voorkeur geeft, dan zal de parochie hem deze onbelaste vergoeding uitbetalen. De diaken ziet dan wel af van iedere andere kostendeclaratie, óók ten aanzien van reiskosten [het is derhalve uitdrukkelijk niet én én]. De diaken hoeft in laatstgenoemde situatie geen kostenverantwoording te overleggen. Ook voor de ongehonoreerde diaken geldt dat de parochie, naast een vergoeding van gemaakte kosten, zal moeten voorzien in de randvoorwaarden, nodig om zijn ambt uit te kunnen oefenen. Zo zal de parochie moeten zorgdragen voor de bij het diakenambt behorende liturgische kleding [albe met diakenstola’s in de vier liturgische kleuren; dalmatieken in de vier liturgische kleuren zijn bovendien ten zeerste aanbevolen]. De diaken kan er echter natuurlijk de voorkeur aan geven deze als zijn persoonlijk eigendom aan te schaffen. Op grond van de fiscaaltechnische status van de ongehonoreerde diaken geldt dat aan deze de dienstreizen vergoed zullen worden tegen € 0,32 per kilometer, mits de diaken de mogelijkheid ziet om aan te tonen dat de werkelijke kosten all in ten minste even hoog zijn [bij autokilometers zal dit veelal het geval zijn; het is echter de verantwoordelijkheid van de desbetreffende diaken zelf om dit eventueel naar de Belastingdienst toe te kunnen verantwoorden]. Indien de werkelijke reiskosten € 0,23 of minder per kilometer bedragen, zal niet meer dan dat bedrag vergoed kunnen worden. In schema: Kilometerkosten Declaratiebedrag Kosten per kilometer < €0,23 € 0,23 per kilometer Kosten per kilometer > €0,23 en < €0,32 Werkelijke kosten Kosten per kilometer > €0,32 € 0,32 per kilometer In strikte zin kan er voor ongehonoreerde diakens geen sprake zijn van reizen woon-werkverkeer; derhalve gelden alle kilometers als ambtskilometers [‘dienstreizen’]. Gegeven de afwezigheid van een [fictieve] dienstbetrekking kan uitbetaling van deze kilometervergoeding netto plaatsvinden.
Voor alle medewerkers in dienst van parochies geldt op grond van artikel 54 van het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie dat voor de aanstelling een schriftelijke en voorafgaande bisschoppelijke goedkeuring (‘machtiging’) nodig is. Er geldt per 1 januari 2024 een nieuwe model-arbeidsovereenkomst voor werknemers in dienst van de parochie. Het nieuwe model 20vindt u op de website www.rkkerk.nl. Parochies kunnen dit model gebruiken. Dit nieuwe model is vanaf 1 januari 2024 het toetsingsmodel voor het afgeven van Bisschoppelijke Machtigingen. Het ontbreken van deze goedkeuring kan ertoe leiden dat de rechtshandeling niet geldig is, hetgeen vervolgens allerlei juridisch ingewikkelde vragen kan oproepen. Het is beter deze te vermijden. In verband met de bisschoppelijke goedkeuring wordt de arbeidsovereenkomst door de juridische afdeling van het bisdom bekeken, waarbij diverse aspecten aan de orde komen. In de eerste plaats wordt gekeken of een en ander juridisch en formeel klopt (overeenkomstig kerkelijk en Nederlands recht) en in de tweede plaats of de parochie de aanstelling, nu en in de toekomst, financieel zal kunnen dragen en tevens of deze in het beleid van de bisschop past. Als het antwoord op een van beide vragen niet direct positief is, zal nader overleg tussen bisdom en parochie dienen plaats te vinden. Voor alle werknemers in een parochie geldt dat het geldende arbeidsrecht van toepassing is. Dit geldt ook voor bestaande arbeidsovereenkomsten. In het huidige arbeidsrecht staat dat een werkgever 3 tijdelijke contracten mag aanbieden gedurende een maximumperiode van 3 jaar. Daarna ontstaat automatisch het recht op een contract voor onbepaalde tijd. Informatieverstrekking aan de werknemer: Voor arbeidsovereenkomsten geldt dat arbeidsovereenkomst en de toepasselijke (standaard) arbeidsvoorwaarden inclusief informatie over het pensioen binnen 1 week na de eerste werkdag aan de werknemer moet worden verstrekt. De uitbreiding van de informatieplicht ziet ook op wijzigingen. De werkgever dient, ingeval van wijziging van voornoemde arbeidsvoorwaarden, de werknemer daarop uiterlijk op de dag waarop deze wijziging ingaat te informeren.
Per 1 januari 2011 zijn de salarissen van de pastoraal werk(st)ers aangepast naar salarisschaal 10 van de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening [later cao Sociaal Werk], de periodieken 0 tot en met 13. De honorering van de pastoraal werk(st)ers geschiedt daarmee niet langer op basis van de leeftijd, maar op basis van zogenaamde functie-anciënniteit. Dit betekent dat de honorering na indiensttreding in principe op basis van dienstjaren wordt aangepast. In 2023 is overeenstemming bereikt over een nieuwe cao Sociaal Werk voor de periode 1 juli 2023 tot 1 augustus 2025. Per 1 januari 2025 blijven de salarisbedragen gelijk aan de salarisbedragen per 1 juli 2024. De op 1 januari 2025 geldende schaal 10 is als volgt:
| Trede | Maandbedrag juli t/m december 2025 |
| Start | € 3.802,00 |
| 0 | € 3.869,00 |
| 1 | € 3.968,00 |
| 2 | € 4.051,00 |
| 3 | € 4.140,00 |
| 4 | € 4.228,00 |
| 5 | € 4.371,00 |
| 6 | € 4.523,00 |
| 7 | € 4.676,00 |
| 8 | € 4.829,00 |
| 9 | € 4.983,00 |
| 10 | € 5.144,00 |
| 11 | € 5.323,00 |
| 12 | € 5.512,00 |
| 13 | € 5.702,00 |
De eindejaarsuitkering ad 1,85% blijft in 2025 ongewijzigd. Het percentage van de eindejaarsuitkering wordt berekend over het door de pastoraal werk(st)er in het desbetreffende kalenderjaar feitelijk verdiende brutosalaris, vermeerderd met de in dat jaar opgebouwde vakantietoeslag. Een exemplaar van het geldende Rechtspositiereglement21 voor Pastoraal Werk(st)er is te vinden op de website www.rkkerk.nl
De werkelijke reis- en verblijfkosten voor dienstreizen van de pastoraal werk(st)er worden vergoed op declaratiebasis, mits deze akkoord worden bevonden door het bestuur. Reiskosten voor dienstreizen gemaakt per auto worden vergoed tegen € 0,32 per kilometer, waarvan € 0,09 belast. De kosten van het eenmalig per dag afleggen van de afstand heen en terug tussen de woning van de pastoraal werk(st)er en diens vaste werkadres worden vergoed tegen een bedrag van € 0,23 per km. Voor het gebruik van de eigen telefoon voor dienstdoeleinden wordt een vaste maandelijkse vergoeding verleend overeenkomstig de Diocesane Regelingen, tenzij het bepaalde in artikel 28, lid 3 van het Rechtspositiereglement voor Pastoraal Werkers van toepassing is. Het bestuur draagt zorg voor de aanwezigheid van de noodzakelijke vakliteratuur. Het bestuur zorgt voor een kantoor/werkruimte. Waar dit van de zijde van het bestuur niet mogelijk is wordt ad hoc een vergoeding voor het gebruik van kantoorruimte aan huis overeengekomen met inachtneming van de fiscaal wettelijke bepalingen. De pastoraal werk(st)er in een deeltijdfunctie ontvangt de vergoedingen, naar rato van zijn dienstverband.
Voor het jaar 2025 is door het PNB de pensioenpremie vastgesteld op € 10.707,00 22 per jaar. Dit bedrag is inclusief de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen. Op het salaris wordt 50% van deze premie (d.w.z. € 5.353,50 op jaarbasis, ofwel € 446,13 op maandbasis) als eigen bijdrage ingehouden. LET OP: aanmeldingen en mutaties bij PNB lopen altijd via het bisdom.
Voor zover de maandelijkse woonlasten (huurprijs exclusief servicekosten of -bij een eigen woning- de rentelasten en de aflossingen) meer bedragen dan de maximale huur voor het aanvragen van een huurtoeslag (voor 2025 € 900,07 per maand), zal op aanvraag van de pastoraal werk(st)er door de parochie een belastbare woontoeslag worden toegekend tot maximaal € 91,00 bruto per maand.
De pastoraal werk(st)er ontvangt met ingang van 1 januari 2006 een tegemoetkoming in de premie voor een aanvullende zorgverzekering van € 10,00 bruto per maand, ongeacht de omvang van het dienstverband.
De salariëring van huishoudelijk medewerkers geschiedt in het algemeen op basis van het wettelijk minimum uurloon en bedraagt voor volwassenen van 21 jaar en ouder per 1 januari 2025 € 14,06 bruto per uur. Indien en voor zover de exacte invulling van de werkzaamheden een hoger beloningsniveau zou kunnen rechtvaardigen, is voorgaand overleg ter zake met het bisdom noodzakelijk . Ook de aanstelling van huishoudelijk personeel vraagt immers voorafgaande bisschoppelijke machtiging.
Bij overeenkomst tot verzorging en huisvesting dient de inhouding voor het jaar 2025 € 404,33 per maand te bedragen.
Bij een volledige dagtaak bedraagt de pensioenpremie € 1.874 per jaar, waarvan 1/4 deel [per maand € 39,04] op het salaris wordt ingehouden. Opgemerkt wordt dat deelname aan het pensioenfonds PNB [Reglement II] verplicht is ongeacht de omvang van het dienstverband. Let op: aanmeldingen en mutaties bij PNB lopen altijd via het bisdom. Indien in een voorkomende situatie wordt afgeweken van toepassing van het wettelijk minimumloon, is het goed te realiseren en vast te leggen dat dit géén invloed heeft op het op te bouwen pensioen bij het PNB. Het op te bouwen pensioen bij het PNB is immers gebaseerd op toepassing van het wettelijk minimumloon als beloningsniveau.
Sinds 1 januari 2025 is het Lage-inkomensvoordeel afgeschaft. U heeft dan als werkgever geen recht meer op het LIV. In 2025 betaalt de Belastingdienst nog wel het Lage-inkomensvoordeel over de verloonde uren in 2024. Parochies hoeven geen aanvraag te doen. Het Lage-inkomensvoordeel gaat via de aangifte loonheffingen bij de Belastingdienst. Voorwaarden en informatie hierover is te vinden op de website van het UWV.23
Voor de beloning van secretariële/administratieve medewerkers kunnen de van toepassing zijnde beloningsschalen per 1 januari 2025 met de “gemengde index” ad 4,9% worden verhoogd. Secretariële en administratieve krachten die in loondienst zijn van de parochie, zijn werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst. Een Bisschoppelijke machtiging voor het aangaan van een arbeidsovereenkomst kan worden afgegeven op basis van de model-arbeidsovereenkomst voor werknemers in dienst van de parochie. Voor arbeidsovereenkomsten die vanaf 1 januari 2024 ingaan, zal gebruik worden gemaakt van de nieuwe model-arbeidsovereenkomst24. De model-arbeidsovereenkomst inclusief de standaard-arbeidsvoorwaarden kunt u vinden op www.rkkerk.nl.
De salarissen voor kosters zijn per 1 januari 2025 met 4,9% verhoogd en als volgt op maandbasis vastgesteld [bij een werkweek van 38 uur]:
| 2025 | |
| 1 dienstjaar | € 2.316,00 |
| 2 dienstjaren | € 2.350,00 |
| 3 dienstjaren | € 2.390,00 |
| 4 dienstjaren | € 2.429,00 |
| 5 dienstjaren | € 2.469,00 |
| 6 dienstjaren | € 2.518,00 |
| 10 dienstjaren | € 2.558,00 |
| 20 dienstjaren | € 2.604,00 |
Per 1 januari 2019 is het rechtspositiereglement voor kerkmusici gewijzigd. Deze wijziging heeft gevolgen voor het vaststellen van het aantal arbeidsuren van de kerkmusici op wie deze rechtspositieregeling van toepassing is. Voor het berekenen van het aantal arbeidsuren wordt de duur van een zondagse eucharistieviering per 1 januari 2019 gesteld op één uur en een kwartier (75 min.). Tot 1 januari 2019 was dit één uur. De honorering per uur wordt vastgesteld naar bevoegdheid en naar uitoefening van de gecombineerde dan wel enkelvoudige functie. In de genoemde uurbedragen is de voorbereidingstijd inbegrepen. De honoreringsbedragen op [dienst]uurbasis zijn per 1 januari 2025 met 4,9% verhoogd [afgerond op € 0,05] en als volgt vastgesteld:
| 2025 afgerond | Dir. of Org. | Dir. en Org. | ||||||
| Dienstjaren | Bev. III | Bev. II | Bev. I | Bev. III | Bev. II | Bev. I | ||
| 1 | € 26,60 | € 30,75 | € 34,55 | € 41,35 | € 47,75 | € 54,25 | ||
| 2 | € 27,30 | € 31,75 | € 35,75 | € 42,25 | € 48,90 | € 55,55 | ||
| 3 | € 27,95 | € 32,80 | € 37,05 | € 43,40 | € 50,05 | € 57,00 | ||
| 4 | € 28,75 | € 33,85 | € 38,50 | € 44,15 | € 51,15 | € 58,45 | ||
| 5 | € 29,35 | € 34,95 | € 39,80 | € 44,85 | € 52,15 | € 59,80 | ||
| 6 | € 30,00 | € 35,85 | € 41,35 | € 45,60 | € 53,25 | € 61,15 | ||
| 7 | € 30,75 | € 36,90 | € 42,60 | € 46,25 | € 54,40 | € 62,55 | ||
| 8 | € 31,40 | € 37,95 | € 43,95 | € 46,85 | € 55,55 | € 63,85 | ||
| 9 | € 32,00 | € 38,90 | € 45,35 | € 47,50 | € 56,55 | € 65,15 | ||
| 10 of meer | € 32,65 | € 39,80 | € 46,70 | € 48,25 | € 57,55 | € 66,40 |
Bovenstaande honorering wordt afgeleid van een basistarief per uur voor drie categorieën van vakbekwaamheid (zoals genoemd in de Bijlage III bij het Rechtspositiereglement kerkmusici (Interdiocesane Regeling voor de kerkmuziek in bisdommen van de R.K. Kerkprovincie25). Niveau I: voor deze functie dient de dirigent en/of organist in het bezit te zijn van hetzij het diploma Kerkmuziek afgegeven door de Stichting Nederlands Instituut voor Kerkmuziek, hoofdvak(ken) koordirectie en/of orgel, hetzij het diploma Uitvoerend Musicus Koordirectie en/of Uitvoerend Musicus Orgel van een Nederlands conservatorium of daarmee gelijk te stellen instelling, tezamen met het Praktijkdiploma Kerkmuziek, koordirectie c.q. het Praktijkdiploma Kerkmuziek, orgel. Niveau II: voor deze functie dient de dirigent en/of organist in het bezit te zijn van een Praktijkdiploma Kerkmuziek, koordirectie en/of orgel. Niveau III: voor deze functie dient de dirigent en/of organist in het bezit te zijn van een bevoegdheidsverklaring, afgegeven door de Commissie Bevoegdheidsverklaringen voor de Kerkmuziek (KDOV), bedoeld in de Interdiocesane regeling voor de kerkmuziek, na een door de kandidaat afgelegd examen, met aantekening voor dirigent en/of organist. De salariëring van de kerkmusicus, die niet valt onder de hiervoor genoemde bevoegdheid categorieën, maar die een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met het bestuur, luidt in 2025 als volgt: Bevoegdheid dirigent én organist dirigent óf organist Groep A € 37,35 € 24,95 Groep B € 24,95 € 16,95 De indeling in groep A of groep B wordt overgelaten aan het overleg tussen bestuur en de kerkmusicus. Voor deze categorie van personen is het Rechtspositiereglement niet van toepassing. Indien en voor zover een dirigent en/of organist werkzaamheden in rekening brengt vanuit een eigen onderneming, luiden voornoemde tarieven als richtlijn exclusief Btw.
Voor kerkmusici die een dienstverband hebben met parochies (dus niet voor freelancers) geldt dat zij verplicht moeten worden opgenomen in de speciale pensioenregeling voor kerkmusici, welke is ondergebracht bij Centraal Beheer/Achmea. De reden voor deze verplichting is dat het hier gaat om een collectieve verzekering vanuit de RK Kerkprovincie, die voor deze regeling wordt beschouwd als één werkgever. De premie bedraagt een percentage van 4,4% van de pensioengrondslag. De pensioengrondslag is het pensioengevend salaris26 minus franchise (in 2025 is de franchise € 18.475,00). Van de pensioenpremie komt 2/3 ten laste van de werkgever en geldt 1/3 van de pensioenpremie als het werknemersdeel. De parochies hebben eind 2019 een informatiebrief ontvangen over de juiste aanmelding van kerkmusici bij het pensioenfonds. Deelname aan deze regeling is verplicht. Het is niet toegestaan kerkmusici aan te melden bij PFZW. Vanaf 1 oktober 2022 worden alle administratieve handelingen zoals incasso, verzorgen van mutaties, opvragen van de jaarlijkse opgaven van salaris en parttime percentage en het beantwoorden van vragen en dergelijke verricht door het Secretariaat van het R.K.Kerkgenootschap (SRKK) in Baarn. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd door de heer Jos Koster, waarbij de volgende contactgegevens gelden:
Secretariaat van het Rooms Katholiek Kerkgenootschap in Nederland Postbus 262 3740 AG Baarn E-mail: pensioenkerkmusici@rkk.nl Tel: 030 2326900 (maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 9:00 uur – 13:00 uur)
Premiebetalingen dienen te geschieden naar het volgende bankrekeningnummer: NL60INGB0663220726 ten name van Rooms Katholiek Kerkgenootschap in Nederland. Let op: voor de juiste pensioenopbouw en premieafdracht is het noodzakelijk dat de werkgever jaarlijks het juiste salaris doorgeeft aan de heer Koster (zie contactgegevens hierboven). Houd hierbij rekening met het juiste aantal arbeidsuren en de juiste honorering conform de salaristabel.
Voor de meest voorkomende diensten gelden per 1 januari 202527 de volgende richtbedragen [de bedragen a t/m d zijn inclusief stipendium]:
Inzake de eventuele voorbereiding op deze diensten wordt geadviseerd het onder punt f. vermelde tarief te hanteren.
Voor vaste assistenties, welke een half jaar of langer duren en waarbij de werkzaamheden niet beperkt blijven tot liturgische diensten, gelden de volgende richtbedragen:
Gemaakte reiskosten worden in het geval van autokosten vergoed met maximaal € 0,32 per kilometer; de reiskosten, gemaakt met het openbaar vervoer, worden op basis van de werkelijk gemaakte kosten vergoed.
Van seculiere priesters, die door hun functie een salaris genieten dat hoger is dan de honorering van de parochiepriesters, wordt verwacht, dat zij bij assistenties van een vergoeding zullen afzien. Het verdient aanbeveling vooraf met deze assistent[en] goede afspraken te maken over bovenstaande vergoedingen en deze schriftelijk vast te leggen. De hoogte van het inkomen van emeriti, bestaande uit de AOW-uitkering en een volledig pensioen van het Pensioenfonds Nederlandse Bisdommen, is van dien aard dat ten aanzien van vergoeding voor assistenties aan emeriti wordt geadviseerd genoegen te nemen met het lokaal geldende stipendium, vermeerderd met de reiskostenvergoeding zoals hiervoor vermeld is. De assistentievergoeding voor reguliere priesters dient in beginsel aan het religieuze instituut betaald te worden. Wanneer een reguliere priester door zijn functie meer verdient dan de honorering van een parochiepriester, kan hij toch niet zelfstandig van een vergoeding afzien. Dit kan uitsluitend het religieus instituut doen. In voorkomende gevallen wordt echter wel verwacht dat het instituut van een vergoeding zal afzien.
Per 1 januari 2015 is de zogenaamde werkkostenregeling voor iedereen verplicht geworden. In de praktijk heeft de werkkostenregeling en met name de invulling van de vrije ruimte voor een parochie een relatief beperkte betekenis, ook al omdat de vrije ruimte meestal beperkt van omvang is vanwege de relatief lage fiscale loonsom van priesters en ongehuwde diakens en van werknemers met kleine deeltijdfuncties. Om die reden is besloten om – met uitzondering van een klein deel van de functiekostenvergoeding voor priesters – geen verplichte regeling te treffen voor de toepassing van de werkkostenregeling c.q. de besteding van de vrije ruimte in een parochie. Omdat de vrije ruimte echter gebaseerd is op de collectieve loonsom, wordt wel geadviseerd om vanuit goed werkgeverschap de vrije ruimte eerst te benutten voor onbelaste collectieve verstrekkingen aan alle werknemers en pseudo-werknemers van de parochie [zoals een gezamenlijk etentje, kerstpakket, personeelsuitje etc.]. Vanaf 1 januari 2015 zijn vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur gericht vrijgesteld als deze voldoen aan het zgn. noodzakelijkheidscriterium. Onder de voorwaarde dat de noodzakelijkheid van een dergelijke verstrekking door de werkgever is getoetst – d.w.z. dat vast is komen te staan dat een individuele werknemer zonder de desbetreffende voorziening zijn werk niet goed kan uitoefenen – wordt geadviseerd gebruik te maken van de mogelijkheid om een dergelijke verstrekking onbelast te doen, zonder dat het privé voordeel tot het loon behoeft te worden gerekend. De vrije ruimte bedraagt in 2025 voor de werkkostenregeling per inhoudingsplichtige 2,00% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000. Boven de maximale loonsom blijft het percentage van 1,18% gelden.
De premies volksverzekeringen [AOW, ANW en WLZ] zijn verschuldigd door de werknemer. Deze premies worden door de Belastingdienst verwerkt in haar loonbelastingtabellen. De premiebetaling loopt zodoende automatisch mee in de maandelijkse verloning van het salaris. Voor 2025 bedragen de percentages28:
| Maximaal heffingsloon | Ten laste werkgever | Inhouden bij werknemer | Totaal | |
| Per jaar in € | ||||
| AOW | 38.441,00 | 0,00% | 17,90% | 17,90% |
| ANW | 38.441,00 | 0,00% | 0,10% | 0,10% |
| WLZ | 38.441,00 | 0,00% | 9,65% | 9,65% |
Naast de premies volksverzekering wordt ook loonbelasting ingehouden. Tot het maximaal heffingsloon is dat 8,17%, waarmee de inhouding in totaal 35,82% bedraagt. In zoverre het loon hoger is dan € 38.441,00 maar niet hoger dan € 76.817,00 bedraagt de loonheffing 37,48%. Daarboven is de inhouding loonheffing 49,5%. De werkgever neemt de premies werknemersverzekeringen voor haar rekening. In het kader van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is in 2020 de sectorpremie WW te komen vervallen, evenals de vaste WW-Awf premie. In de plaats daarvan is een gedifferentieerde WW-premie gekomen, welke afhankelijk is van de contractduur (vast contract voor onbepaalde tijd -> premie laag, flexibel contract -> premie hoog). Voor de werknemersverzekeringen voor het jaar 2025 gelden de volgende heffingspercentages:
| Maximaal premieloon | Ten laste van werkgever | Inhoudingen bij werknemer | ||
| per dag in € | per jaar € | |||
| Aof laag29 | 290,67 | 75.864,00 | 6,28% | 0,00% |
| Aof hoog | 290,67 | 75.864,00 | 7,64% | 0,00% |
| WW- Awf laag | 290,67 | 75.864,00 | 2,74% | 0,00% |
| WW- Awf hoog | 290,67 | 75.864,00 | 7,74% | 0,00% |
| ZVW Opslag WKO | 290,67 | 75.864,00 | 6,51% 0,50% | 0,00% 0,00% |
Ter zake van de ZVW-premie wordt opgemerkt dat werknemers die in loondienst zijn per 1 januari 2013 geen bijdrage ZVW meer betalen. De verplichte vergoeding van die bijdrage door de werkgever is dan ook vervallen. Daarvoor in de plaats is de werkgevers-heffing ZVW [2025: 6,51%] gekomen, waardoor de premie direct ten laste van de werkgever komt. Voor pseudo-werknemers (priesters en diaken) heeft de overheid wel de regeling gehandhaafd dat zij de vastgestelde inkomensafhankelijke bijdrage zelf dienen te betalen. Deze eigen bijdrage is voor 2025 vastgesteld op 5,26%. Voor de verwerking in de loonberekening wordt verwezen naar hoofdstuk 14 inzake de Zorgverzekeringswet.
Door de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans per 1-1-2020 betaalt de werkgever voortaan een lage WW-premie over het loon van een werknemer met een vast contract en een hoge WW-premie over het loon van een werknemer met een contract voor bepaalde tijd. De lage WW-premie geldt voor werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Wanneer een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is gesloten en die na verloop van tijd is overgegaan in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder dat er een nieuw contract is opgemaakt, zou het voldoende zijn als de parochie vóór 1 april 2020 in een e-mail met de werknemer heeft vastgelegd dat er sprake is van een contract voor onbepaalde tijd. Het is echter aan te bevelen om een door werkgever en werknemer gezamenlijk te ondertekenen schriftelijk addendum aan de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst toe te voegen. Meer informatie over de nieuwe regels voor de WW-premiedifferentiatie vindt u in het ‘Kennisdocument Premiedifferentiatie WW30’ op de website van de Rijksoverheid.
Voor 2025 zijn de premies en franchises door het Pensioenfonds Zorg en Welzijn als volgt vastgesteld: O.P. A.P. Franchise € 16.655 € 28.405 Pensioenpremie 25,80% 0,50% Het bisdom schrijft voor om 50% van de pensioenpremie ten laste van de werkgever en 50% ten laste van de werknemer te laten komen. In principe dienen alle medewerkers te worden aangemeld bij het PFZW, met uitzondering van de volgende twee categorieën:
De inkomensafhankelijke premie voor personeel in loondienst is in 2025 met 0,06% punt verlaagd van 6,57% naar 6,51%. Voor pseudo-werknemers [waaronder priesters en diakens] is de inkomensafhankelijke premie verlaagd van 5,32% naar 5,26%. De Zorgverzekeringswet regelt, zoals bekend, vanaf 1 januari 2006 de verzekering van de kosten van de gezondheidszorg. Op grond van deze wet is de werkgever voor 2025 verplicht voor zijn werknemer in loondienst een werkgeversheffing aan de Belastingdienst af te dragen van 6,51% [met een maximum van € 4.938 per jaar = 6,51 % van € 75.864]. Zoals hiervoor reeds is aangegeven, bedraagt voor de pseudo-werknemers de inkomensafhankelijke bijdrage in 2025 5,26%. Echter, voor pseudo-werknemers is de werkgever niet verplicht deze bijdrage te vergoeden. Aangezien is besloten deze vergoeding niettemin ook in 2025 wél te geven, wordt dit door de fiscus beschouwd als een vrijwillige vergoeding. Dit betekent dat deze vergoeding in principe moet worden meegenomen bij de berekening van de verplichte afdracht van 5,26%. Uiteraard wordt u geacht een en ander als zodanig in de loonberekening te verwerken. De afdracht dient conform de volgende rekenregel te wordt berekend: Afdracht = 5,26% * [het honorarium + fiscale bijtellingen] * 100/94,74. Uiteraard blijft voor de bijtelling [dit speelt met name bij de diakens] het maximum voor 2025 ad € 3.990,- [5,26% van € 75.864 op jaarbasis] gehandhaafd. Bij onze berekeningen van de honorering voor priesters en diakens voor 2025 is hiermee reeds rekening gehouden.
Op het moment dat een derde tegen een beloning werkzaamheden voor de parochie gaat verrichten, moet de parochie altijd onderzoeken in hoeverre er sprake is van een echte zelfstandige of loondienst. In dat laatste geval is de parochie namelijk loonheffing en andere werkgeverslasten verschuldigd. De Belastingdienst toetst aan de hand van drie criteria en de gerichtspunten uit rechtspraak of er sprake is van een arbeidsovereenkomst of zelfstandigheid, te weten:
Naar aanleiding van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (wet DBA) moeten de opdrachtgever en de zzp’er (de opdrachtnemer) zelf nagaan of er eigenlijk geen dienstbetrekking aanwezig is op grond van bovenstaande drie [cumulatieve] criteria en gezichtspunten uit de rechtspraak. De overheid heeft aangekondigd dat de Belastingdienst per 1 januari 2025 weer gaat handhaven op schijnzelfstandigheid. Dit bericht kan vragen oproepen bij u en de werkgevers (parochies) over de juridische positie van zelfstandigen. Ondanks de bovengenoemde wijziging verandert er per 1 januari 2025 niets aan de juridische beoordelingscriteria van de arbeidsrelatie. Hiervoor geldt dat de drie kerncriteria van een arbeidsovereenkomst (arbeid, loon en gezag) nog steeds gelden en deze kerncriteria uitgelegd moeten worden in lijn met de actuele jurisprudentie. Deze sterke nadruk op de individuele toetsing maakt het onmogelijk dat er landelijk en generiek een beoordeling gemaakt wordt van de arbeidsrelatie. Er zal per geval moeten worden gekeken hoe de rechtsverhouding op papier en in de praktijk wordt vormgegeven. Neem bij vragen over de beoordeling van de arbeidsrelatie contact op met het economaat van het bisdom. De implementatie van de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) is uitgesteld. Oorspronkelijk was de inwerkingtreding gepland voor 1 juli 2025, maar dit bleek niet haalbaar. Het streven is nu om de wet per 1 januari 2026 in te laten gaan, met een overgangsperiode. Of dit gehaald wordt, is nog niet bekend. Of de VBAR in de huidige vorm de eindstreep gaat halen is ook nog maar de vraag, omdat de behandeling in de Eerste en Tweede Kamer nog moet volgen. Naast de civiele dienstbetrekking, kent de Wet op de loonbelasting ook een aantal fictieve dienstbetrekkingen. Voor advies over de fictieve dienstbetrekkingen kunt u contact opnemen met het bisdom.
De onbelaste vergoeding voor vrijwilligers is in 2025 maximaal € 210,00 per maand met een maximum van € 2.100,00 per jaar. Dit is bedoeld als een vergoeding van alle door de vrijwilliger gemaakte onkosten dus inclusief bijvoorbeeld reiskosten. Als een vrijwilliger de maximale vergoeding van € 2.100,00 per jaar ontvangt, kan hij daarom daarnaast geen (reis)kosten declareren. Wellicht ten overvloede wijzen wij erop dat bij de beoordeling van de vraag of iemand al dan niet bij wijze van beroep arbeid verricht het vooral van belang is of de beloning voor de werkzaamheden in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk. Feitelijk is de vraag: ontvangt de vrijwilliger een marktconforme beloning? Is dit laatste het geval, dan kan van een vrijwilligersvergoeding geen sprake zijn. Een belangrijk kenmerk van een vrijwilliger is immers dat een eventuele vergoeding in geen verhouding staat tot het tijdsbeslag en de aard van de verrichte werkzaamheden. Een vergoeding tot € 5,60 per uur voor iemand van 21 jaar of ouder [en tot € 3,30 per uur voor iemand jonger dan 21 jaar] wordt over het algemeen niet als een marktconforme beloning aangemerkt; de vrijwilligersregeling is dan dus van toepassing. De uitbetaalde vrijwilligersvergoedingen behoeven door parochies niet aan de Belastingdienst te worden doorgegeven. In de praktijk is gebleken dat in sommige gevallen door vrijwilligers in hun aangifte Inkomstenbelasting een gift tot het maximumbedrag van de vrijwilligersvergoeding aan de kerk wordt afgetrokken in verband met het niet- ontvangen van een vrijwilligersvergoeding, echter zonder dat een dergelijke vrijwilligersvergoeding door de parochie daadwerkelijk is toegezegd. Het moge duidelijk zijn dat dit niet mogelijk is. Een dergelijke aftrek voor de Inkomstenbelasting is alleen onder zeer strikte voorwaarden toegestaan. We verwijzen hiervoor naar: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/inkomstenbelasting/aftrekposten/persoonsgebonden-aftrek/giften_aan_goede_doelen/periodieke_en_gewone_giften/voorwaarden_aftrek_gewone_giften/u_werkt_als_vrijwilliger_voor_anbi Ook voor andere informatie over de regeling inzake de vrijwilligersvergoeding verwijzen wij graag naar de website van de Belastingdienst31.
Als u iemand betaalt die niet als ondernemer bij u werkt en ook niet bij u in (fictieve) dienstbetrekking is, moet u die betalingen aan de Belastingdienst aanleveren. Dat geldt voor betalingen in geld en voor betalingen in natura. Dit zijn de zogenoemde uitbetaalde bedragen aan een derde. Betalingen aan vrijwilligers die onder de vrijwilligersregeling vallen, hoeft u niet aan de belastingdienst door te geven. U levert gegevens over de uitbetaalde bedragen aan derden aan vóór 1 februari van het jaar na het jaar waarin u de bedragen hebt betaald. Dat doet u digitaal. Vanaf 1 januari 2023 moeten de gegevens op een digitale manier worden aangeleverd bij de belastingdienst. De parochie heeft een account nodig om in te loggen op het gegevensportaal ‘Uitbetaalde Bedragen aan Derden’ (UBD). U vraagt een account aan via het aanmeldformulier voor het portaal op de website van de belastingdienst.32
Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen collectieve verzekeringen waar de parochie automatisch onder valt en verzekeringen die de parochie zelf dient af te sluiten. Collectieve verzekeringen: Elke parochie is automatisch aangesloten bij de collectieve verzekeringen die landelijk zijn afgesloten. De volgende verzekeringen zijn landelijke collectieve verzekeringen:
Elke parochie is aangesloten bij de collectieve verzekering die het eigen bisdom voor haar parochies heeft afgesloten. De volgende verzekeringen zijn diocesane collectieve verzekeringen:
Door de parochie af te sluiten verzekeringen Daarnaast zijn er verzekeringen die de parochie zelf dient af te sluiten. Bij het afsluiten van de verzekeringen kan zij gebruik maken van de zogenoemde mantelovereenkomsten. Een parochie sluit dan zelf een eigen polis af binnen de mantel. Voor het R.K. Kerkgenootschap zijn er mantelcontracten gecreëerd voor:
Individuele verzekeringen
In deze paragraaf vindt u informatie over de verzekeringen. Het betreft slechts een overzicht van de verzekeringen in verkorte vorm. U kunt er daarom geen rechten aan ontlenen. Informatie over de polissen kunt u opvragen bij de verzekeraar of het bisdom.
POLISNUMMER: 998329665 Intermediair: Claeren Risicobeheersers te ’s-Hertogenbosch Verzekeraar: Allianz Nederland Corporate te Rotterdam Dekking: de maatschappij verzekert de aansprakelijkheid van de verzekerden ter zake van de in de polis omschreven hoedanigheid voor schade aan personen en schade aan zaken. Verzekerd bedrag: tot een maximum van € 2.500.000 per aanspraak. Eigen risico: € 1.500,00 voor zaakschade [voor letselschade geldt geen eigen risico]. Verzekerden: als verzekerden worden o.a. beschouwd:
Verzekerde hoedanigheid; alle voorkomende activiteiten, hoe ook genaamd, niets uitgezonderd, van verzekerde(n) primair en secundair verband houdende met het katholieke geloof in de ruimste zin van het woord, alsmede eigenaar/exploitant/verhuurder van onroerend goed, werkgever van personeel, alsmede de aansprakelijkheid van alle genoemde instellingen als werkgever, resp. opdrachtgever van vrijwillige medewerk[st]ers, koorzangers, misdienaars, collectanten, acolieten en dergelijke. In aanvulling op voornoemde dekking geldt dat eveneens zijn gedekt aanspraken die voortvloeien uit de zogenaamde honoreringsregeling voor pastoors/kapelaans, seculiere priesters, gehuwde en ongehuwde diakens, indien en voor zover het Bisdom gehouden is om in geval van autoschade:
Particuliere aansprakelijkheid tot een maximum verzekerd bedrag per aanspraak van € 1.250.000,00 valt eveneens onder de dekking van deze verzekering met betrekking tot de navolgende personen:
Hiervoor geldt geen eigen risico.
Met ingang van 1 januari 2024 is de collectieve grafmonumentenverzekering komen te vervallen. Voor schadegevallen die zich voor hebben gedaan in 2023 kunt u zich wenden tot Donatus. Verzekeraar: Donatus Verzekeringen POLISNUMMER: 2020882/1 Intermediair: Donatus Verzekeringen
Intermediair: Claeren Risicobeheersers te ’s-Hertogenbosch POLISNUMMER: 90492 Verzekeraar: Hienfeld Assuradeuren, als gevolmachtigde van Chubb European Group Limited (voorwaarden: Hienfield CO 2016) Per 1 januari 2022 is Claeren de tussenpersoon van deze collectieve verzekering. De polis en de voorwaarden zijn hierbij ongewijzigd gebleven. Voor vragen over deze polis en schademeldingen kunt u zich wenden tot Claeren. De polisvoorwaarden van Hienfeld CO 2016 zijn van kracht. Verzekerde vrijwilligers vallen onder de dekking van de polis tot de leeftijd van 85 jaar. Deze verzekering geeft een dekking voor de risico’s van overlijden of blijvende invaliditeit als gevolg van een ongeval. Verzekerden: alle vrijwillig[st]ers, althans de niet gehonoreerde personen, op enigerlei wijze actief ten behoeve van de parochies, dekenaten, caritasinstellingen en alle andere kerkelijke instellingen die op grond van de algemene bepalingen voor kerkelijke rechtspersonen en katholieke burgerlijke rechtspersonen in de RK Kerkprovincie als kerkelijk rechtspersoon worden aangemerkt. Het voorstaande geldt tot de leeftijd van 85 jaar. Verzekerde bedragen:
Dekking: voor de verzekerden geldt de dekking tijdens het verrichten van werkzaamheden in opdracht van of ten behoeve van verzekeringnemer alsmede het rechtstreeks gaan naar deze werkzaamheden en terug naar huis. Verwezen wordt naar het geldende polisblad en de polisvoorwaarden.
Intermediair: Donatus Verzekeringen POLISNUMMER: 1948965385 Gevolmachtigde verzekeraar: Voogd & Voogd Verzekeringen CV. De parochie dient de letselschade te vergoeden die een (pseudo)werknemer leidt als bestuurder van een motorrijtuig dat bij een verkeersongeval is betrokken. Voorwaarde is wel dat de schade wordt geleden tijdens werktijd. Omdat de schade die de bestuurder lijdt, niet wordt gedekt door de WA-verzekering van het motorrijtuig noch door de standaard aansprakelijkheidsverzekering, is voor dit risico een collectieve werkgeversaansprakelijkheidsverzekering voor bestuurders van motorrijtuigen (Wegam) afgesloten. Verzekerden: de verzekering is van kracht voor (pseudo)werknemers en vrijwilligers van het R.K. Kerkgenootschap, bisdommen, dekenaten, parochies en van alle andere onder of aan genoemde organen ressorterende of gelieerde stichtingen, verenigingen en instellingen. Dekking: het risico van autoritten van de verzekerde personen indien en voor zover men een auto bestuurt en letsel oploopt waarvoor men de (pseudo) werkgever aansprakelijk kan stellen. Dat wil zeggen: het risico van letselschade van de werknemer die in werktijd en in opdracht van zijn werkgever een auto bestuurt en daarmee, zonder opzet of roekeloosheid, een ongeluk heeft veroorzaakt. Tevens is meeverzekerd: Verkeersdeelname door middel van openbaar vervoer, als fietser of als voetganger woon-werkverkeer Verzekerd bedrag: tot een maximum van € 1.000.000,00 per gebeurtenis. Eigen risico: indien de eigenaar van de auto slechts een WA-verzekering heeft voor deze auto is bij schade een eigen risico van € 1.000,00 van toepassing.
Intermediair: Claeren Risicobeheersers te ’s-Hertogenbosch POLISNUMMER: CLB44286 Verzekeraar: Liberty Mutual Insurance Ltd. Door het bisdom Breda is via Claeren Risicobeheersers een collectieve bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afgesloten ten behoeve van het eigen bisdom, de parochies en de caritasinstellingen binnen het bisdom (Liberty Mutual Insurance Ltd. Het bisdom is hiertoe mede overgegaan naar aanleiding van een uitspraak van het Gerechtshof waarin een parochie aansprakelijk werd gesteld voor de financiële gevolgen –invaliditeit- van een val van een vrijwilliger van het dak. De verantwoordelijk bestuurder had, aldus het Hof, onvoldoende op de gevaren van het betreden van het dak gewezen. Het feit dat de vrijwilliger een brandweerman was die toch met dergelijke gevaren bekend is, deed aan de aansprakelijkheid niet af. De bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering dekt de aansprakelijkheid van bestuurders voor schade als gevolg van handelen of nalaten als bestuurder of toezichthouder van bisdom, parochies en caritasinstellingen alsmede de kosten van verweer tegen aanspraken, ook al zijn deze aanspraken ongegrond. Maximaal verzekerd bedrag per parochie/PCI is € 500.000,- per jaar met een maximum van € 5.000.000,00 voor het hele bisdom. De premiekosten worden voldaan en gedragen door het bisdom en worden derhalve niet afzonderlijk aan de parochies en caritasinstellingen gefactureerd. Mocht uw parochie of PCI reeds een eigen bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering elders hebben lopen, dan kunt u deze derhalve opzeggen.
Intermediair: Donatus/Claeren POLISNUMMER: 90492 Verzekeraar: Donatus Verzekeringen Verzekerde(n): Alle personen, van parochies en bisdom kantoor, met een dienstverband voor (on)bepaalde tijd, die voorkomen in de salarisadministratie van de verzekeringnemer in Nederland. De polisvoorwaarden van Hienfeld CO 2016 zijn kracht. Verzekerden vallen onder de dekking van de polis tot de leeftijd van 85 jaar. b2. Ongevallenverzekering werknemers en ambtsdragers Verzekeringnemer: Bisdom Breda Polisnummer: 90492 Tussenpersoon: Donatus Verzekeringen Risico’s De verzekering geeft een dekking voor de risico’s van overlijden of blijvende invaliditeit als gevolg van een ongeval. Verzekerden categorie I: Interne huishoudsters, pastorale medewerkers, diakens en personeelsleden bisdom. Stagiaires, uitzendkrachten en detacheringskrachten. categorie II: Reguliere en seculiere priesters categorie III: Bouwinspecteurs Verzekerde bedragen per persoon Kolom A: ingeval van overlijden, ten gevolge van een ongeval Kolom B: ingeval van blijvende invaliditeit Kolom E: medische kosten ten gevolge van een ongeval categorie A B E I € 12.000,- € 25.000,- € 1.000,- II € 0,- € 35.000,- € 1.000,- III € 35.000,- € 70.000,- € 1.000,- Duur van de dekking Voor verzekerden met een dienstverband bij verzekeringsnemer voor onbepaalde tijd geldt een 24-uurs dekking. Voor de overige verzekerden bestaat uitsluitend dekking tijdens het verrichten van werkzaamheden op plaatsen en uren welke door de verzekeringsnemer zijn vastgesteld, inclusief het rechtstreeks gaan naar en komen van de plaats waar de werkzaamheden worden verricht. Welke personen worden aangemerkt als overige verzekerden blijkt uit de administratie van de verzekeringsnemer. Eindleeftijd De polisvoorwaarden van Hienfeld CO 2016 zijn van kracht. Verzekerden vallen onder de dekking van de polis tot de leeftijd van 85 jaar.
Voor deze verzekeringen ten behoeve van parochies bestaan momenteel twee aanbieders, waarvan de verzekeringsvoorwaarden door het bisdom zijn beoordeeld en geaccepteerd. Dit betreft de navolgende partijen:
Voor het afsluiten en/of verlengen van deze verzekeringen wordt aangeraden indien mogelijk bij beide aanbieders offerte aan te vragen om te komen tot een zorgvuldige keuze . Indien gewenst, is het Economaat van het bisdom altijd beschikbaar voor een nadere toelichting in deze. Opgemerkt wordt dat het afsluiten en/of verlengen van verzekeringsovereenkomsten voor een duur langer dan drie jaar wordt aangemerkt als een daad die het gewone beheer te boven gaat en daarmee afzonderlijke bisschoppelijke goedkeuring vereist [via diocesane commissie van beheer]33. Deze verzekeringen worden normaal gesproken afgesloten op basis van de herbouwwaarde van het betreffende gebouw. Deze polissen zijn meestal geïndexeerd. Daardoor vindt een automatische aanpassing plaats van de verzekerde bedragen aan de stijgende bouwprijzen. Er zijn meerdere mogelijkheden om te verzekeren, zoals een dekking brand/storm condities, een dekking op brand/storm/inbraak condities, een dekking tegen uitgebreide condities of een dekking op basis van AllRisk-condities. De voorkeur voor de ene of de andere dekking is afhankelijk van de feitelijke situatie. Verschil in dekking of eigen risico betekent uiteraard ook verschil in premie. In dit kader is het ook mogelijk om een eigen risico per schadegeval overeen te komen. Dit eigen risico per schadegeval mag niet hoger worden overeengekomen. Aanvullende opmerkingen: Om premie te besparen, wordt de zogenaamde VORK-clausule voorgesteld. Bij een dergelijke clausule wordt de maximale dekking verlaagd, waarbij eventuele schade wordt vergoed tot aan het overeengekomen bedrag. Het bisdom Breda heeft besloten om voor kerkgebouwen, waarvoor geen besluit tot herbestemming is genomen, de maximale dekking te bepalen op 80% van de herbouwwaarde. Toepassing van een lagere VORK-clausule is in principe niet toegestaan en dient altijd vooraf via een machtiging van de econoom goedgekeurd te worden. Voor meer informatie kunnen parochies het beste rechtstreeks contact opnemen met econoom L. Blom.
Intermediair: Donatus of Claeren [of andere tussenpersoon] Mantel: “Religieus Welzijn” Verzekeraar: Nationale Nederlanden Werkgevers zijn verplicht het loon van hun zieke werknemers twee jaar lang door te betalen. Tegelijkertijd hebben werkgevers aanzienlijk meer verantwoordelijkheid gekregen bij re-integratie van zieke werknemers. Het is mede om die reden dat de mogelijkheid wordt geboden deze financiële risico’s te verzekeren. Door het R.K. Kerkgenootschap is ten behoeve van parochies en andere kerkelijke instellingen via Donatus met Nationale Nederlanden een mantelovereenkomst gesloten. Binnen deze mantel kan de parochie een verzekering afsluiten. Voor verzekeringen met een looptijd die langer is dan drie jaar geldt dat een machtiging van het bisdom nodig is voordat de verzekering wordt afgesloten. De premie is afhankelijk van een aantal specifieke keuzen die u maakt bij het afsluiten van de verzekering. Bijvoorbeeld over de eigen risicotermijn of de gekozen dekking. Laat u bij het afsluiten van de verzekering altijd goed informeren en vraag hierbij ook naar de gevolgen hiervan voor de premie en de dekking. De ondergenoemde premiestelling gaat uit van een eigen risico-termijn van 2 weken en een dekking van 70% van de verzekerde loonsom.
De premie is een percentage van de totale loonsom van de parochies. Let op: priesters en gehonoreerde diakens vallen niet onder de ziekengeldverzekering van de parochie. U telt hun honorarium dan ook niet mee voor de totale loonsom die de basis vormt voor de premie voor deze ziekengeldverzekering. Neem voor een volledig overzicht van de premietabel en de verzekeringsvoorwaarden contact op met de verzekeringstussenpersoon.
Intermediair: Donatus of Claeren [of andere tussenpersoon] Mantel: “Religieus Welzijn” Verzekeraar: via Nationale Nederlanden ‘Religieus Welzijn’ Zorg van de Zaak Als een werknemer ziek wordt, is de werkgever verplicht om zich in te spannen voor de re-integratie van de werknemer. Hierbij is de rol van de arbo-arts en de arbodienstverlening belangrijk. Parochies en andere kerkelijke instellingen kunnen zich voor de kosten die met arbodienstverlening samenhangen verzekeren. Via de mantel RKE kan worden aangesloten bij het verzuimpakket met de naam ‘Religieus Welzijn’. Het verzuimpakket ‘Religieus welzijn’ is de opvolger van het pakket ‘Beter voor de Kerk’. Aan het pakket ‘Religieus welzijn’ zijn een aantal voordelen verbonden, zoals de koppeling met de ziekengeldverzekering. Informeer bij Donatus of Claeren naar de mogelijkheden op dit gebied. De prijs voor het Arbopakket Religieus Welzijn per werknemer is voor 2025 vastgesteld op € 139,80 excl. Btw, dit is beduidend minder dan op dit moment voor het arbo-pakket “Beter voor de Kerk”. Als het arbodienstpakket van Zorg van de Zaak (“Religieus Welzijn”) gekoppeld/meeverzekert wordt in uw verzuimpakket of dit inmiddels in het verleden al heeft gedaan, krijgt u naast de overige extra voordelen van deze koppeling een korting van 2,5% op uw verzuimpakket werkgever. Voor zover u al gebruik maakt van de mogelijkheid om de arbodienstverlening mee te verzekeren dan is de 2,5% korting al verwerkt in de polis en de premie. De prijs van het pakket ‘Religieus Welzijn’ staat het meest in verhouding tot hetgeen gevraagd wordt en door de koppeling met de verzuimverzekering zorgt het ervoor dat de verantwoordelijke bij parochie maximaal ontzorgd wordt. Let op: de priesters en gehonoreerde diakens vallen niet onder de arbodienstverlening en ziekengeldverzekering van de parochie. De parochie sluit voor hen dan ook geen arbodienstverleningspolis of ziekengeldverzekering af.
Intermediair: Donatus of Claeren [of andere tussenpersoon] Mantel: “Religieus Welzijn” Verzekeraar: Nationale Nederlanden Voorwaarden: Alleen af te sluiten in combinatie met de module Ziekteverzuim Sinds 1 januari 2007 is het voor elke werkgever mogelijk, “eigenrisicodrager” te worden voor de WGA-uitkeringen [Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten]. Zeer weinig parochies zullen hiervoor hebben gekozen. De polissen WGA-eigen beheer zullen in 2025 worden uit gefaseerd. Het is dus niet meer mogelijk deze polis af te sluiten. De premie voor de WGA Eigen Beheer Daggeldverzekering RKE voor relaties met een ziekengeldverzekering is afhankelijk van het ziekteverzuim-percentage en de klasseindeling die hiermee correspondeert. Per 1-1-2025 is de premie voor de module WGA eigen risicodragen vergelijkbaar met de premie voor het verzuimpakket werkgever licht gestegen. Het is vanaf 01-01-2013 niet meer mogelijk deze verzekering zonder een ziekengeldverzekering bij Nationale Nederlanden af te sluiten. Voor de WGA Eigen Beheer Daggeldverzekering is een minimumpremie van € 250,00 van toepassing.
Intermediair: Donatus of Claeren [of andere tussenpersoon] Mantel: “Religieus Welzijn” Verzekeraar: Nationale Nederlanden Indien er sprake is van arbeidsongeschiktheid, hebben de meeste werknemers via het pensioenfonds een basisdekking. Wanneer de werknemer dan een vervolguitkering ontvangt, krijgt deze in dat geval vanuit het pensioenfonds een aanvulling tot 70% van het laatst verdiende loon vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidspercentage. Werknemers kunnen hierdoor nog steeds in financiële problemen komen. De WGA Hiaat aanvullingszekerheid Plus verzekering binnen de mantelovereenkomst is een aanvulling op deze basisdekking en geeft alle werknemers die in de WIA terechtkomen een aanvulling tot minimaal 70% van het laatst verdiende salaris (tot aan het maximum dagloon). Het premiepercentage voor deze dekking (WGA Hiaat aanvullingszekerheid Plus) is per 2025 fors gedaald en vastgesteld op 0,293% voor bestaande contracten met eindleeftijd 70 jaar. De einddatum van de verzekering is gekoppeld aan de AOW-gerechtigde leeftijd met een maximum van 70 jaar. Ook voor de lopende contracten binnen de mantel bestaat jaarlijks de mogelijkheid om de eindleeftijd aan te passen naar 70 jaar. Voor nieuwe contracten is de regeling verplicht voor alle werknemers en is er tevens een minimumpremie van toepassing op de hoofddekking van € 200,00. Voor werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, zijn er diverse opties; een WGA-inkomensaanvulling meerjarig met een uitkeringsduur van 5 jaar (70% dekking) waarvoor de premie 0,098% over de totale loonsom bedraagt of een WGA- inkomensaanvulling met een uitkeringsduur van 10 jaar (70% dekking) waarvoor de premie 0,187% over de totale loonsom bedraagt. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de dekking uit te breiden naar 100%. De premie bedraagt dan respectievelijk 0,14% (5 jaar) en 0,276% (10 jaar). Actuele informatie over de polis en de premie-klassenindeling worden opgevraagd bij de verzekeringstussenpersoon.
Tot 1 januari 2019 trad Donatus op als tussenpersoon voor een collectieve ziektekostenverzekering bij CZ. Donatus is als tussenpersoon teruggetreden. Sinds 1 januari 2023 is de collectiviteitskorting op de basisverzekering komen te vervallen. Er is nog wel collectiviteitskorting mogelijk op de aanvullende verzekeringen. Het collectiviteitsnummer waarop verzekerden van RK Kerk zich aan kunnen melden is 2151642 en de naam is “Donatus”.
Als een diaken of priester (langdurig) ziek is, meldt de diaken of priester dit bij het bisdom. De hulp bij re-integratie wordt voor diakens en priesters verleend door het bisdom. Als een werknemer van de parochie zich ziek heeft gemeld, is het voor de parochie niet een kwestie van afwachten op het herstel. Op de parochie rusten namelijk tal van verplichtingen die – waar mogelijk – tot re-integratie moeten leiden. Het niet naleven van re-integratieverplichtingen kan ernstige financiële gevolgen hebben voor de parochie. Vraag daarom bij vragen over dit traject tijdig hulp aan de Arbo-verzuimverzekeraar [zie paragraaf 18.10] of het bisdom. De ziekmelding moet door de parochie wordt doorgegeven aan:
Blijkt dat een medewerker langere tijd ziek zal zijn, dan geldt het volgende re-integratie-traject: A. De medewerker wordt ziek De medewerker dient zich ziek te melden bij de werkgever. De werkgever noteert de datum van de ziekmelding en informeert Arbo-verzuimverzekeraar direct (binnen 7 dagen). B. Beoordeling of er sprake is van (mogelijk) langdurig ziekteverzuim Voordat er zes weken verstrijken beoordeelt de arts van de arbodienst of er sprake is van (mogelijk) langdurig ziekteverzuim. Daarvoor beoordeelt de arts van de arbodienst de gegevens die de werkgever en werknemer beschikbaar gesteld hebben. C. Binnen zes weken geeft de arbodienst een probleemanalyse Met deze analyse verstrekt de arbodienst informatie over het verzuim, de omstandigheden die daarbij van belang zijn en de mogelijkheden tot re-integratie. Dit vormt de basis voor de afspraken die de werkgever en werknemer gaan maken over re-integratie. D. Voordat er acht weken verstrijken, komt de werkgever met de werknemer een plan van aanpak overeen. Aan de hand van de probleemanalyse van de arbodienst, gaat de werkgever met de werknemer afspraken maken over de re-integratie van de medewerker. Deze afspraken worden overeengekomen en maken onderdeel uit van de arbeidsovereenkomst, wat zowel de medewerker als de werkgever daardoor kunnen afdwingen. E. Evaluatie van het plan van aanpak Geregeld wordt het plan van aanpak besproken tussen werkgever en werknemer, minimaal eens per zes weken. Deze evaluatie kan tot aanpassing van het plan van aanpak leiden. Zie verdere stappen op: https://www.uwv.nl/werkgevers/werknemer-is-ziek/loondoorbetaling/samen-werken-aan-re-integratie/index.aspx
Veilig werken in en rond de parochie is belangrijk. Ook van een parochie wordt gevraagd in beeld te brengen welke risico’s werknemers en vrijwilligers in en rond de parochiegebouwen lopen. Om die risico’s in beeld te brengen en de actiepunten te formuleren wordt gevraagd om een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) uit te voeren. De RI&E is een vragenlijst met mogelijke risico’s. Aan de hand van deze vragenlijst brengen parochies in kaart welke risico’s er zijn. Als de parochie weet welke risico’s er zijn, kunnen de juiste maatregelen worden getroffen. Parochie met minder dan 25 werknemers en RI&E34. Onder ‘een werknemer’ wordt in dit geval verstaan:
U vindt dit erkende RI&E branche instrument ook op www.rkkerk.nl/praktische-informatie-voor-bisdomparochie/overige-documenten 35 of op de website van uw bisdom. U mag de vragen in de vragenlijst niet aanpassen. Dit is namelijk een erkend branche-instrument. U kunt deze erkende RI&E invullen samen met de betrokkenen. De lijst is zo opgesteld dat er voor iedere vraag drie optionele antwoorden zijn. U geeft aan welke optie in uw parochie van toepassing is. Als u de lijst heeft ingevuld, is duidelijk waarmee u aan de slag moet en welke risico’s u al heeft ondervangen. Bespreek de uitkomsten met het parochiebestuur en de betrokkenen. De parochie hoeft de RI&E niet meer te laten toetsen door van Zorg van de Zaak of een andere arbodienstverlener.
Parochies zijn gehouden aan het preventiebeleid tegen seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag in de R.K. Kerk zoals dat sinds 1 januari 2014 geldt. Onderdeel van het preventiebeleid is dat bij nieuwe benoemingen/aanstellingen van pastorale beroepskrachten en van bepaalde vrijwilligers en functionarissen werkzaam binnen de parochies en andere kerkelijke instellingen een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) moet worden overgelegd. Voor de pastorale beroepskrachten wordt de aanvraag van de VOG verzorgd door het bisdom in het kader van de zending. Op basis van het preventiebeleid is het ook voor bepaalde categorieën vrijwilligers en andere functionarissen verplicht om een VOG aan te vragen. Deze aanvragen dienen te geschieden door de parochie, die tevens de kosten van deze aanvragen draagt. Een overzicht van de categorieën vrijwilligers en andere functionarissen waarvoor een VOG verplicht is, kunt u vinden op de website van de Kerkprovincie36. Voor een gratis VOG komt iedere vrijwilliger in aanmerking die hulp of begeleiding biedt aan kwetsbare mensen in een afhankelijkheidssituatie, zoals minderjarigen, ouderen, zieken en mensen met een verstandelijke beperking. Let op: om van deze gratis VOG-regeling gebruik te kunnen maken, dient de parochie op haar website duidelijk te vermelden dat zij het preventiebeleid van de R.K. Kerk in Nederland volgt. Meer informatie over het preventiebeleid vindt u op de website van de Kerkprovincie.37 Voor vragen over de gratis-VOG-regeling of hulp bij het aanvragen van een gratis VOG kunt u contact opnemen met mw. I. Rombouts (i.Rombouts@cioweb.nl). In het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die in 2018 is geïmplementeerd wordt bijzondere aandacht gevraagd voor het aanvragen van een VOG voor alle vrijwilligers die werken met persoonsgegevens. Dit is verplicht voor degenen die werken met de financiële administratie, de kerkbijdragenadministratie en de begraafplaatsadministratie alsmede voor degenen die toegang hebben tot de R.K. Ledenadministratie. Het overleggen van een VOG is een criterium om voor een betrokkene persoonlijke inloggegevens aan te vragen in het kader van de nieuwe automatisering. Ook deze aanvragen dienen te geschieden namens de parochie, die tevens de kosten van deze VOG’s draagt.
Voor parochies bestaat de mogelijkheid om deel te nemen aan het Collectief Energie voor Kerken (www.energievoorkerken.nl). Het collectief inkopen van energie voor kerkgenootschappen is een initiatief van de Commissie Kerkelijke Gebouwen van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO-K). Het collectief “Energie voor Kerken” is opgericht om voor haar deelnemers een zo scherp mogelijke energieprijs te realiseren. De juiste kwaliteitseisen en de te nemen risico’s worden daarbij in acht genomen. Daarnaast wil Energie voor Kerken de juiste balans creëren tussen de vier MVO pijlers: duurzame organisatie, duurzame relaties, transparantie en samen verduurzamen. Hiermee wil zij bijdragen aan een duurzame wereld. Het inkopen van 100% duurzame energie is een belangrijk aandeel in deze bijdrage. In 2022 is een nieuwe tender uitgeschreven voor de periode 2023 tot en met 2025. Bestaande deelnemers van het collectief hebben de mogelijkheid gekregen zich weer in te schrijven voor deze nieuwe periode maar voor nieuwe deelnemers is het mogelijk om tussentijds aan te sluiten bij het collectief Energie voor Kerken. Het vorige contract met Greenchoice met het collectief Energie voor Kerken liep eind 2023 af. Door de onrust op de energiemarkt is voor de jaren 2024 en 2025 aan de deelnemers nogmaals gevraagd of zij deelnemer aan het collectief wenste te blijven. Ook voor de jaren 2024 en 2025 zal de energieleverancier Greenchoice zijn. Voor de periode 2026-2028 zal in 2025 weer een nieuwe tender worden uitgeschreven en een energieleverancier worden geselecteerd. Het collectief bestaat inmiddels ruim 15 jaar en werkt naar tevredenheid voor zowel de energiecommissie als de deelnemers. Door de omvang en het inkoopbeleid van het collectief wordt een aantrekkelijk tarief voor de deelnemers gerealiseerd. Door de extreme marktomstandigheden zijn de prijzen voor 2023 aanzienlijk hoger uitgevallen maar voor 2024 en ook voor 2025 zijn de energieprijzen weer aanzienlijk lager uitgevallen. De energieprijzen blijven wel op een hoger niveau liggen als voor 2022. Nadere informatie over de prijzen van 2025 vindt u in de nieuwsbrieven van Energie voor Kerken: https://energievoorkerken.nl/nieuwsbrieven/ Indien u zich nog niet heeft aangesloten bij dit collectief, maar hier wel in geïnteresseerd bent, kunt u contact opnemen met Martin Ordelman van Hellemans Consultancy per e-mail Ordelman@hellemansconsultancy.nl of per telefoon 030-7670125. Op de website www.energievoorkerken.nl treft u ook de nodige informatie aan.
Parochies kunnen bij vragen over de zogenaamde Energie Informatieplicht contact opnemen met afdeling Bouwzaken van het bisdom. De energiebesparingsplicht en informatieplicht geldt voor locaties die per jaar vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) gebruiken. Onder het begrip locatie wordt in de meeste gevallen het kadastrale perceel verstaan. Staat er een woning op de locatie? Dan telt het energiegebruik van het woningdeel niet mee.
Op 30 november 2007 is aan de R.K. Kerkprovincie een groepsbeschikking afgegeven waarin de Belastingdienst de R.K. Kerkprovincie alsmede haar zelfstandige onderdelen, en lichamen met een algemeen nut beogende doelstelling die zich binnen de invloedssfeer van het kerkgenootschap bevinden, aanmerkt als Algemeen Nut beogende Instellingen (ANBI). Het voorgaande betekent dat alle R.K. kerkelijke rechtspersonen, zoals parochies en Caritasinstellingen, als ANBI worden aangemerkt. Deze ANBI-status brengt fiscale voordelen voor de ANBI met zich mee. Ook de donateur die schenkt aan een ANBI kan een beroep doen op fiscale voordelen zie paragraaf 24.2 Kerkelijke instellingen moeten aan verplichtingen voldoen om de ANBI-status te behouden zie paragraaf 24.3.
Een R.K.-parochie is een ANBI-instelling op grond van de ANBI-groepsbeschikking van het R.K. Kerkgenootschap. Om onder de ANBI-groepsbeschikking te (blijven) vallen is het verplicht om tijdig de jaarrekening en de begroting van de parochie ter goedkeuring voor te leggen aan het Bisdom. Indien uw parochie niet aan deze eis heeft voldaan, kan het zijn dat uw parochie (tijdelijk) de ANBI-status is kwijtgeraakt38 39. Een gift aan een ANBI-instelling, zoals een parochie, is voor de gever fiscaal aftrekbaar. Hoeveel de gever mag aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting is afhankelijk van het soort gift dat gedaan wordt.
Zowel ANBI-instellingen als donateurs van ANBI’s genieten een aantal fiscale voordelen. Hieronder wordt eerst ingegaan op de voordelen voor particulieren en vervolgens de voordelen voor rechtspersonen. Voordelen particulieren Op grond van de Wet inkomstenbelasting komen giften aan ANBI’s als persoonsgebonden aftrek in mindering op het inkomen. De wet Inkomstenbelasting kent twee soorten giften, de gewone gift en de periodieke gift . Voor de gewone gift geldt dat deze aftrekbaar is voor zover zij samen zowel € 60,00 als 1% van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek te boven gaat, en vervolgens tot ten hoogste 10% van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek. Een gewone gift moet met schriftelijke bescheiden aantoonbaar zijn. Periodieke giften waren tot 2022 in het geheel aftrekbaar, maar vanaf 1 januari 2023 wordt de aftrek van periodieke giften aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI) begrensd tot € 250.000,00 per kalenderjaar. De grens van € 250.000,00 geldt voor de belastingplichtige en de eventuele fiscale partner samen. Er geldt een uitzondering voor periodieke giften die op 4 oktober 2022, 16:00 uur al zijn aangegaan. Deze periodieke giften zijn tot uiterlijk 2027 nog volledig aftrekbaar. Een periodieke gift moet zijn vastgelegd in een overeenkomst die de gever heeft laten opmaken door een notaris. Of vastliggen in een overeenkomst die de gever zelf met de kerkelijke instelling sluit. In de overeenkomst moet worden vastgelegd dat gedurende vijf of meer jaren ten minste jaarlijks een bedrag wordt geschonken. Een model schenkingsovereenkomst kan bij het bisdom worden opgevraagd of worden gedownload van de website van de Belastingdienst. Giften die bestaan uit het afzien door een vrijwilliger van de vrijwilligersvergoeding40 worden in aanmerking genomen als gewone gift indien wordt voldaan aan een aantal voorwaarden:
Giften aan ANBI’s met een culturele status worden verhoogd met 25%, maar ten hoogste met € 1.250,00.
De voorwaarden om de ANBI-status te verkrijgen en te behouden zijn de volgende:
Aan het vierde vereiste is voldaan door de afgifte van de groepsbeschikking aan de kerkprovincie en haar zelfstandige onderdelen. Als een zelfstandig onderdeel, zoals een parochie, niet voldoet aan één van de voorwaarden hiervoor genoemd, kan de inspecteur de ANBI-status voor die rechtspersoon intrekken. Bij kerkelijke rechtspersonen zal dat voornamelijk gebeuren als een van de ministeriële voorwaarden niet wordt nagekomen en dan met name de publicatieplicht, zie 24.6.
De ANBI-status kan alleen worden verkregen als de inspecteur de instelling als ANBI aanmerkt. Dit gebeurt op verzoek van de instelling waar de inspecteur op beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking. De inspecteur kan ook een groepsbeschikking afgeven voor een groep met elkaar verbonden instellingen. Dit is gebeurd voor het R.K. Kerkgenootschap en haar zelfstandige onderdelen. Aanwijzing kan ook met terugwerkende kracht plaatsvinden. Evenzo kan de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking de instelling met terugwerkende kracht en wel vanaf het moment de instelling niet langer voldoet aan de ANBI-voorwaarden niet meer aanmerken als ANBI. Ontvangt de parochie een brief van de Belastingdienst over de publicatieplicht of het intrekken van de ANBI-status wordt verzocht spoedig contact op te nemen met het Economaat van het Bisdom. Het mag duidelijk zijn dat dit gevolgen heeft voor ontvangen en gedane schenkingen, alsmede voor erfverkrijging/legaten, de (vrijstelling van de) overdrachtsbelasting, energiebelasting etc. Vanaf het moment dat een instelling de ANBI-status verliest zijn giften aan zo’n instelling ook niet meer aftrekbaar. Dit geldt zowel voor gewone giften als periodieke giften. Dit zou betekenen dat giften met terugwerkende kracht niet meer aftrekbaar zijn voor de schenker als de ANBI-status met terugwerkende kracht wordt ingetrokken. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat betalingen die worden gedaan na het verlies van de ANBI-status aftrekbaar zijn zolang de ANBI-status in het ANBI-register van de Belastingdienst wordt vermeld, tenzij sprake is van kwade trouw bij de schenker. In artikel 33 ten tiende SW is een vrijstelling van schenkbelasting opgenomen voor degene die verkrijgt van een ANBI. Ook deze vrijstelling komt met terugwerkende kracht te vervallen als de ANBI-status met terugwerkende kracht wordt ingetrokken.
Elke ANBI moet bepaalde informatie publiceren en kenbaar maken. Welke informatie gepubliceerd moet worden staat in fiscale wet- en regelgeving. Voor parochies en caritas instellingen zijn met de Belastingdienst zogenoemde ANBI-publicatieformats afgesproken. De publicatie door parochies en caritasinstellingen wordt verzorgd door het bisdom. Om actuele informatie te kunnen publiceren binnen het gestelde ANBI-publicatieformat is het noodzaak dat parochies en caritasinstellingen op tijd de jaarcijfers aanleveren bij het bisdom, zodat ook de ANBI-publicatie tijdig kan plaatsvinden. Zoals bekend dient het bestuur jaarlijks op grond van het eigen algemeen reglement voor 1 mei de jaarcijfers ter goedkeuring aan de Bisschop toe te sturen. Indien jaarcijfers niet op tijd worden aangeleverd, kan het bisdom ook niet voor 1 juli een verkorte staat van baten en lasten publiceren. Het niet tijdig aanleveren van jaarcijfers kan verstrekkende gevolgen hebben. De ANBI-status wordt namelijk ingetrokken indien een instelling in gebreke blijft in de publicatie van de informatie. De inspecteur kan zelfs met terugwerkende kracht de ANBI-status intrekken. Ontvangt de parochie een brief van de Belastingdienst over de publicatieplicht of het intrekken van de ANBI-status wordt verzocht spoedig contact op te nemen met het Economaat van het Bisdom. Verder zij opgemerkt dat in het geval de ANBI-status wordt ingetrokken een informatieplicht geldt welke erop neerkomt dat de voormalige ANBI de Belastingdienst jaarlijks informeert over gedane schenkingen en het verloop van het ANBI-vermogen. Deze eis geldt niet als het ANBI-vermogen ten tijde van intrekking van de ANBI-status minder bedraagt dan € 25.000,00 dan wel vanaf het kalenderjaar dat het vermogen minder dan € 25.000,00 bedraagt.
Voor het verhuren van een opstellocatie voor een zend-ontvangstinstallatie in de toren van een kerkgebouw is een landelijk geldend modelhuurovereenkomst voorgeschreven. Het meest recente model is de goedgekeurde ‘modelovereenkomst zend- ontvanginstallaties versie 10-10-2018.’ De modelovereenkomst is op te vragen bij het Economaat. Voor het aangaan van de huurovereenkomst door de parochie met een telecomprovider is steeds een voorafgaande schriftelijke machtiging van de bisschop nodig. Een bisschoppelijke machtiging is ook nodig bij het wijzigen of uitbreiden van de zend- ontvanginstallatie door een provider (zie art. 12 modelovereenkomst). Bij uitbreiding of wijziging van een bestaande zend- ontvangstinstallatie dient een nieuwe huurovereenkomst te worden opgemaakt (geen addendum).
Parochiebesturen wordt gevraagd te controleren of de provider daadwerkelijk de afgesproken hoeveelheid huurpenningen aan de parochie betaalt. De providers vinden de afgesproken vergoeding hoog. Sommige providers benaderen parochies met de vraag tot een vaststelling van een lagere vergoeding of indexatie te komen. U wordt verzocht om dit verzoek af te wijzen. Melding brandverzekeraar: Parochies moeten bij de verzekeraar melding maken van het feit dat er een zend-ontvanginstallatie wordt opgesteld in het gebouw. Naar aanleiding van deze melding kan de verzekeraar de parochie schriftelijk vragen aanvullende brandveiligheidsmaatregelen te treffen. Over de kosten van de door de verzekeraar gevraagde brandveiligheidsmaatregelen bepaalt de modelovereenkomst dat de kosten die met deze door de verzekeraar gestelde maatregelen samenhangen voor rekening komen van de provider.
Met ingang van het voorjaar van 2019 hebben alle zelfstandige onderdelen van het R.K. Kerkgenootschap een eigen inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK). Hiervoor is uiteindelijk binnen het overleg tussen de verschillende kerkgenootschappen en de overheid gekozen. Aanleiding hiervoor was mede het feit dat steeds meer zaken digitaal geregeld moeten worden (bijv. eHerkenning) en dat dit veelal alleen kan op basis van het KvK inschrijvingsnummer. De inschrijving als kerkelijke instelling wijkt af van de reguliere inschrijving bij de KvK op een aantal punten. De inschrijving bij de KvK leidt er niet toe dat uw parochie/PCI wordt aangemeld bij de Belastingdienst. U krijgt dan ook geen bericht van de Belastingdienst en u wordt ook geen ondernemer voor de Btw door deze inschrijving. De parochie/PCI heeft al een RSIN-nummer door de ANBI-status en als de parochie/PCI personeel in dienst heeft ook al een loonheffingsnummer. Deze nummers zijn na de inschrijving ongewijzigd gebleven. Verder hoeven kerkelijke instellingen het KvK-nummer niet op briefpapier, correspondentie of de parochiewebsite te publiceren. Ook worden de namen van bestuurders niet in het handelsregister vermeld. Bij onjuistheid van de gegevens die van parochie/PCI zijn opgenomen in het handelsregister kunt u contact opnemen met de afdeling juridische zaken van het bisdom om deze aan te laten passen. Het is expliciet niet de bedoeling dat u zelf wijzigingen gaat doorgeven aan de KvK, omdat dit middels een landelijke procedure is voorzien.
De overheid, pensioenfondsen en steeds meer andere instellingen willen via digitale communicatiekanalen veilig gegevens kunnen uitwisselen. Hiervoor is eHerkenning in het leven geroepen. eHerkenning is een digitaal inlogmiddel. U kunt eHerkenning vergelijken met DigiD alleen dan voor rechtspersonen. De parochie heeft steeds vaker eHerkenning op beveiligingsniveau 3 nodig om zaken te regelen of toegang te krijgen tot informatie. Het is daarom belangrijk dat een bestuurslid van de parochie de beschikking krijgt over eHerkenning. De gebruiker van eHerkenning moet altijd een bestuurslid van de parochie zijn. eHerkenning is daarnaast strikt persoonsgebonden. Het is dus niet toegestaan om de gebruikersnaam en het wachtwoord aan iemand anders te geven. Als het bestuurslidmaatschap eindigt, moet ook het eHerkenningsmiddel worden afgemeld. Aanvragen van eHerkenning: Het bisdom heeft van KPN-machtigingen om eHerkenning uit te geven aan parochies. Het parochiebestuur vraagt eHerkenning voor een bestuurslid aan via het bisdom. Hiervoor kan contact worden opgenomen met de heer L. Blom, econoom van het bisdom. Van het bisdom ontvangt de parochie het “invulformulier aanvraag eHerkenning parochies”. Het formulier wordt geretourneerd aan het bisdom en daarna kan door de bisdom medewerker eHerkenning worden uitgegeven. Bij de aanvraag dient een kopie van het identiteitsbewijs van de gebruiker (bestuurslid) te worden toegevoegd. Geadviseerd wordt om de pasfoto, de nationaliteit en het BSN af te schermen en op de kopie te vermelden voor welk doel de kopie wordt verstrekt, te weten ‘aanvraag eHerkenning’. U kunt dit handmatig doen of gebruik maken van de Kopie ID app van de Rijksoverheid. Voor de aanvraag en het gebruiken van eHerkenning zullen door KPN kosten in rekening worden gebracht aan de parochie.
De laatste jaren is de druk op banken, verzekeraars, notarissen en andere financiële dienstverleners om onderzoek uit te voeren naar de cliënten waarvoor zij diensten verrichten toegenomen. Deze onderzoeksplicht is vastgelegd in wetgeving met het doel witwassen en financiering van terrorisme tegen te gaan. Alle financiële dienstverleners zijn gehouden een zogenaamd cliëntonderzoek uit te voeren en intern vast te leggen welke personen zeggenschap hebben over de rechtspersoon. Kerkelijke rechtspersonen, zoals parochies, zijn niet vrijgesteld van dit cliëntonderzoek. Dat betekent dat u door uw bank, een verzekeraar, notaris of andere financiële dienstverlener geconfronteerd kunt worden met de vraag formulieren in te vullen in het kader van dit cliëntonderzoek. Vaak vraagt de financieel dienstverlener dan om een zogenaamde UBO-verklaring in te vullen. UBO-opgave in het kader van cliëntonderzoek: Voor parochies geldt dat alle bestuursleden die op grond van het Algemeen Reglement voor het bestuur van een R.K. Parochie door de bisschop zijn benoemd, als UBO worden aangemerkt (art. 3 lid 1 sub b 2° slot Uitvoeringsbesluit). Er is geconstateerd dat de voorgedrukte UBO-formulieren die financieel dienstverleners gebruiken vaak niet passend zijn voor parochies. Als de parochie een UBO-formulier toegezonden krijgt dat niet is geschreven voor kerkelijke instellingen of waar niet het voltallig bestuur kan worden opgegeven als UBO, is het nodig de financieel dienstverlener te wijzen op regels voor kerkgenootschappen. Voor vragen over UBO-formulieren kunt u contact opnemen met het Economaat.
Geen inschrijving van parochies in het UBO-register Kamer van Koophandel In de media is veel aandacht voor het openbare UBO-register bij de Kamer van Koophandel. Voor parochies en andere zelfstandige onderdelen van het R.K. Kerkgenootschap geldt dat zij geen UBO hoeven in te schrijven bij de KvK. Dit is vaak niet bij financiële dienstverleners bekend. Wij vragen u hierop dus alert te zijn.
Een begroting in financiële zin is een hulpmiddel voor het (be-)sturen en laten functioneren van een huishouding. Er bestaan diverse soorten begrotingen, afhankelijk van de aard van de huishouding die bestuurd moet worden en de functie van de huishouding. Voordat een begroting wordt opgezet, dient daarom de typering van de huishouding, in ons geval de parochie, duidelijk te zijn met de nadruk op de specifieke kenmerken en de maatschappelijke functie. De basis voor de begroting is het beleidsplan dat bij voorkeur meerdere jaren omvat en waarbij doelstellingen en knelpunten worden gedefinieerd. In economische zin kan de parochie getypeerd worden als een huishouding zonder winstoogmerk maar met een directe relatie tussen enerzijds de kosten van de activiteiten of diensten en anderzijds de opbrengsten. Tot en met 2022 heeft het bisdom Breda gewerkt aan de hand van het normatief begroten. Deze vorm van begroten heeft in het verleden prima gewerkt maar de huidige situatie van krimp leidt er toe dat er jaarlijks met een percentage van minder opbrengsten wordt gewerkt en meer kosten waardoor er een jaarlijkse trend ontstaat die alleen maar leidt tot het verder interen op het vermogen. Deze manier van begroten straalt geen ambitie uit en past ook niet bij de inzet van missionaire parochies in het bisdom Breda. Dit betekent dat er vanaf 2024 een kanteling zal worden gemaakt naar een andere vorm van begroten. In bedrijfseconomisch opzicht betekent dit dat de nieuwe vorm van begroten gebaseerd zal zijn op Activity – Based – Budgetting. Vrij vertaald staat dit voor een begroting op basis van de geplande activiteiten zoals die opgenomen zijn in het missionair beleidsplan( parochieplan ). Alle inspanningen voor de missionaire parochie krijgen ook financieel hun vertaling in de staat van baten en lasten van parochies. De financiën zijn een resultaat van de missionaire activiteiten. Missionair begroten vraagt om keuzes te maken op basis van een pastoraal parochieplan. Een missionaire begroting wordt vanaf de basis opnieuw opgebouwd. Er moet een start gemaakt worden met de vraag wat parochies echt nodig hebben om leerlingen te maken van Jezus. Wat heeft een parochie werkelijk nodig om te doen wat Jezus ons heeft voorgedaan? Het is duidelijk dat deze opbouw het denken over financiën verandert. Geld, gebouwen en goederen zijn niet langer leidend maar worden opnieuw dienstbaar aan de zendingsopdracht van parochies en andere kerkelijke instellingen. Het bisdom begrijpt dat het opstellen van een begroting in een periode met grote inflatie en teruglopende parochiebijdragen ook voor parochies een uitdaging is. Niet alleen dient in de begroting rekening te worden gehouden met te verwachten kostenstijgingen, maar veel belangrijker is het rekening te houden met de effecten van eventuele maatregelen die een parochiebestuurneemt om enerzijds de opbrengsten van de parochie te verhogen of anderzijds de kosten van de parochie te verlagen. Het bisdom wijst hierbij graag op het volgende punt met betrekking tot de exploitatiekosten en in het bijzonder de kosten van instandhouding van kerkgebouwen. De parochies in het bisdom Breda hebben samen bijna honderd kerken in eigendom en in beheer. Voor parochiebesturen betekent dit heden ten dage een forse financiële uitdaging die de zorg voor en het in stand houden van kerkgebouwen met zich meebrengen. Het bisdom ziet al langer dat het huidige kerkgebouwenbestand de financiële draagkracht van parochies ver te boven gaat. Tegelijkertijd realiseert het bisdom zich dat het aantal kerkgebouwen dat parochies nu nog in beheer en in eigendom hebben te groot is voor haar parochies. In de komende jaren zal er afscheid genomen moeten worden van meerdere kerkgebouwen. Het is dus belangrijk om tot een gewijzigd en vastgesteld gebouwenbeleid te komen en deze op te nemen in de begroting 2025 van uw parochie. Het bisdombestuur heeft daarom de normen voor de begroting voor de komende jaren als volgt vastgesteld:
Deze nieuwe normering wordt met ingang van 2024 gehanteerd bij het beoordelen en vaststellen van de begrotingen. Het doel hiervan is om de financiële risico’s van de parochies binnen de gestelde normen terug te brengen. Het bisdom gaat er er hierbij vanuit dat hiermee de noodzakelijke helderheid wordt geboden en vertrouwen erop dat het zal leiden tot het financieel gezond maken en blijven van onze parochies en daarmee de continuïteit van de Kerk in onze regio voor de verdere toekomst gewaarborgd blijft.
Jaarlijks wordt ten laste van de staat van baten en lasten een bedrag toegevoegd om de voorziening voor toekomstig onderhoud op peil te houden. De omvang van deze toevoeging dient in verband met een evenwichtige belasting van de exploitatie een regelmatig karakter te hebben. Daartoe is vanuit de praktijk een eenvoudige methode ontwikkeld: jaarlijks wordt een vast percentage van de verzekerde waarde van de gebouwen, waarvoor het bestuur de onderhoudsverplichting draagt, aan de voorziening toegevoegd, onder aftrek van de eventueel nog toepasselijke afschrijvingen. Voor kerkgebouwen waarvan de keuze is gemaakt dat ze onderdeel blijven van het gebouwenbestand van de parochie dient een dotatie aan de voorziening onderhoud gebouwen opgenomen te worden van 0,5 % van de verzekerde waarde. Voor wat de kerkgebouwen betreft geldt het bovenstaande alleen nog voor de parochiekerken. Voor de overige kerkgebouwen geldt een nieuwe richtlijn waarbij voor deze kerken geldt dat het onderhoud alleen nog mag bestaan in de zin van het wind- en waterdicht houden van het kerkgebouw. Afhankelijk van de hoogte van de in het verleden opgebouwde voorziening is een dotatie niet langer meer nodig (behalve voor de parochiekerk).
Op aanvraag zijn bij het bisdom modellen voor overeenkomsten van huur en verhuur van dienstwoningen beschikbaar.
Het bisdom Breda is per 1 juni 2023 met een gezamenlijk beleggingsfonds gestart voor parochies en andere kerkelijke instellingen in het bisdom Breda. Ook het bisdom Breda zelf zal participeren in het beleggingsfonds. Voor parochies, PCI-en en andere kerkelijke instellingen ontstaat het voordeel dat zij kunnen participeren in een beleggingsfonds met de mogelijkheid tot een rendement dat hoger ligt dan rente op een spaarrekening. Een ander voordeel is dat de kennis en kunde wordt gebundeld, hierdoor ontstaan bovendien onderhandelingsvoordelen waardoor lagere tarieven bij banken en andere financiële dienstverleners kunnen worden bedongen.
Het beleggingsfonds is per 1 juni 2023 opgericht via een bisschoppelijk decreet en dat vervolgens notarieel wordt vastgelegd. In het eerste kwartaal van 2023 werden de beoogde participanten in het bisdom Breda schriftelijk benaderd. Deelname vond vervolgens plaats door middel van uitgifte van participaties. Onttrekking van middelen zal plaats vinden middels verkoop van participaties tegen de dan geldende koers. Het bestuur van het fonds bestaat uit een gedelegeerde van het bisdom, enkele onafhankelijke deskundigen en een aantal vertegenwoordigers van de participanten. Jaarlijks controleert een accountant de jaarrekening. De administratie wordt uitbesteed aan een externe dienstverlener namelijk Capital Support. Participanten ontvangen per kwartaal een uitgebreide rapportage en het bisdom zal jaarlijks bijeenkomsten organiseren voor het uitwisselen van informatie.
Beleggen brengt risico’s met zich mee. Participanten brengen alleen vermogen in waarvan duidelijk is dat zij het minstens vijf jaar niet nodig hebben. Het bisdom beoordeelt dit jaarlijks en bij nieuwe deelname of stortingen. Om voor deelname in aanmerking te komen is ook een minimum inleg van € 50.000,00 verbonden. Een onttrekking aan dit beleggingsfonds dient minimaal 15 dagen voorafgaand aan de eerste dag van de volgende maand gedaan te worden. Voor deelname, stortingen of onttrekkingen zijn formulieren beschikbaar via de website van het bisdom. Het beleggingsfonds zet in op een brede spreiding over landen, regio’s en sectoren, waarbij duurzaamheidsprincipes leidend zijn. Hierbij worden de duurzaamheidsprincipes (global goals) van de Verenigde Naties gevolgd. Tevens stelt het beleggingsfonds eisen aan kredietwaardigheid van overheden en bedrijven waarin wordt belegd. Eventuele vragen kunnen gesteld worden aan de econoom van het bisdom Breda.
De artikelen 53 en 54 van het Algemeen Reglement voor het bestuur van een R.K. parochie in Nederland (AR) geven aan voor welke daden een parochie de voorafgaande en schriftelijke machtiging van de bisschop nodig heeft. Vergelijkbare bepalingen komen voor in de reglementen van andere kerkelijke instellingen, zoals bijvoorbeeld Parochiële Caritas Instellingen. Op grond van de genoemde artikelen is goedkeuring nodig voor daden die de grenzen van het gewone beheer te buiten gaan. Welke dit precies zijn vindt u hieronder. De machtigingen worden afgegeven in het kader van de verantwoordelijkheid van de bisschop ten aanzien van het vermogensbeheer in zijn bisdom, zoals omschreven in het wetboek van kerkelijk recht. De machtiging is te zien als een (objectieve) preventieve toets ten behoeve van een zorgvuldig beheer. Het ontbreken van de bisschoppelijke goedkeuring is een juridisch gebrek dat tot ongewenste ontwikkelingen kan leiden. Per soort rechtshandeling is daarbij te bepalen wat de gevolgen zijn. Zo kan een overeenkomst nietig (=ongeldig) blijken te zijn, of een parochie niet ontvankelijk in een procedure. Ook kan het gebeuren dat een parochie de overeenkomst niet kan nakomen, omdat een formeel vereiste machtiging ontbreekt. In die gevallen dat er sprake is van het bewust niet naleven van de intern geldende regelingen kunnen bestuurders zelfs hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen die hun handelen heeft. Al deze gevolgen kunnen voorkomen worden door het tijdig aanvragen van de nodige goedkeuring. In de onderhandelingen met derden dient de parochie er op te wijzen dat voor de effectuering van de te maken afspraken, de bisschoppelijke goedkeuring noodzakelijk is. Het vereiste van een machtiging wordt bij voorkeur – in de vorm van een zgn. ontbindende voorwaarde – opgenomen in de tekst van de schriftelijk te maken afspraken.
Bisschoppelijke machtigingen dienen aangevraagd te worden bij het bisdom. Afhankelijk van de aard van de aanvraag is er een bepaalde tijd met de afwikkeling van een machtiging gemoeid. De volgende factoren zijn daarbij van belang: a. aanvragen die vergezeld zijn van de juiste bijlagen kunnen sneller afgehandeld worden dan die waarbij essentiële informatie ontbreekt; bij twijfel kan men beter tevoren vragen welke stukken nodig zijn, dan onvolledige aanvragen in te dienen. b. aanvragen die een handeling betreffen die een waarde van € 200.000 te boven gaat dient de bisschop zelf voor te leggen aan de Diocesane Raad voor Economische Aangelegenheden (DREA) en aan het Kapittel; dit traject kost tijd. Alle aanvragen tot machtiging van een parochie dienen ondertekend te zijn door de voorzitter en de secretaris van het bestuur van de parochie ofwel door de vice-voorzitter en de secretaris ofwel door hun kerkrechtelijk daartoe aangewezen plaatsvervangers, aangezien deze conform art. 51 van het Algemeen Reglement de parochie in en buiten rechte vertegenwoordigen. Voor PCI-en gelden vergelijkbare regels. Opgelet: afhankelijk van de aard van de aanvraag kunnen ook aanvragen onder de € 200.000 worden voorgelegd aan de DREA en het Kapittel, stuur de aanvragen dus tijdig in! → Formulier voor het aanvragen van een machtiging ten behoeve van bouwkundige werkzaamheden (bisdom).
* het verkrijgen, vervreemden, hypothecair belasten, in pacht of huur geven, in gebruik of bruikleen geven van registergoederen of het vestigen van beperkte rechten, alsmede het aangaan van andere overeenkomsten, die bezwarend zijn voor de parochie; Voor diverse van de hier genoemde rechtshandelingen zijn op het bisdom modelovereenkomsten verkrijgbaar; * het vervreemden, verpanden, in bruikleen geven of op welke wijze ook aan hun bestemming onttrekken van voorwerpen van kunst en wetenschap, geschiedkundige gedenkstukken of andere roerende zaken van bijzondere waarde; * het oprichten, afbreken, verbouwen of van bestemming veranderen van tot het vermogen van de parochie behorende gebouwen en van kerkmeubelen van bijzondere waarde, alsmede het verrichten van buitengewone herstellingen; Bouw- en restauratieprojecten dienen altijd vergezeld te gaan van een advies van de afdeling bouwzaken van het bisdom, tenzij het gaat om normaal onderhoud dat een bedrag van € 5.000 niet te boven gaat; * het verzoeken tot plaatsing c.q. afvoering dan wel het al dan niet instemmen met een (voorgenomen) besluit tot plaatsing c.q. afvoering van een gebouw of ander eigendom van de parochie op een monumentenlijst van een burgerlijke overheid; De burgerlijke overheid (gemeente, rijk) is verplicht om over een voorgenomen plaatsing op de monumentenlijst overleg te voeren met de betreffende parochie; voordat de parochie akkoord gaat met een voorgenomen plaatsing dient overleg plaats te vinden met het bisdom en goedkeuring verkregen te worden van de bisschop;
* het aanstellen van personeel; Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden tussen personeel dat werkzaamheden gaat verrichten als professionele werker in het pastoraat (priesters, diakens en pastoraal werk(st)ers) en overigen (huishoudelijk en secretarieel medewerkers, kosters, beheerders, kerkmusici);
* het aanleggen, uitbreiden en sluiten van begraafplaatsen en columbaria; * het inwerking laten treden van een nieuw reglement; * het wijzigen van een goedgekeurd reglement;
* het goedkeuren van de begroting en de jaarrekening; * wijzigingen in de bestemming van het vermogen; * het verstrekken en aangaan van geldleningen;
* het aannemen of verwerpen van erfstellingen, legaten, schenkingen met een last of fundatie, alsmede het doen van schenkingen; Erfenissen kunnen alleen beneficiair aanvaard worden (oftewel onder het voorrecht van boedelbeschrijving); * het voeren van processen als eiser, het opdragen van geschillen aan de beslissing van scheidsgerechten en het aangaan van dadingen; In die gevallen dat een parochie door derden in een rechtsgeding wordt betrokken, wordt hiervan zo spoedig mogelijk melding gemaakt aan het bisdom; * het aangaan van overeenkomsten/verklaringen met de burgerlijke overheid; Parochies en PCI-en worden soms (bijv. in het kader van de ‘participatie-samenleving’) door de burgerlijke overheid benaderd om een overeenkomst te ondertekenen aangaande samenwerking op sociaal gebied, al dan niet samen met andere kerkgenootschappen en levensbeschouwelijke organisaties. Zo’n overeenkomst kan verschillende namen hebben: convenant, intentie-verklaring o.i.d. Er is een emailadres beschikbaar om de machtigingen naar te verzenden: machtigingen@bisdombreda.nl
De parochies in het bisdom Breda hebben samen ruim honderd kerken in eigendom en in beheer. Parochiebesturen kennen als geen ander de uitdagingen die de zorg voor en het in stand houden van kerkgebouwen met zich meebrengen. Het zijn complexe projecten die veel inzet en tijd van parochiebesturen, vrijwilligers en parochianen eisen en waarbij grote bedragen gemoeid zijn. Geld en de inzet van de vrijwillige medewerkers in de parochie zijn zaken waar het bisdom Breda erg zuinig op wil zijn. Tegelijkertijd is duidelijk dat het huidige aantal kerkgebouwen dat parochies nu nog in beheer en in eigendom heeft te groot is voor onze parochies. In de komende jaren zal er afscheid genomen moeten worden van meerdere kerkgebouwen. Dit perspectief stelt vragen aan de wijze waarop parochies de hun toevertrouwde gebouwen kunnen en mogen onderhouden. In de – door de bisschop goedgekeurde – parochiële gebouwenplannen zijn sommige kerkgebouwen aangewezen als parochiekerk. Andere gebouwen hebben de functie van ‘kerk’ of van ‘kapel’ gekregen, en er zijn ook kerken nog in eigendom die al voor de eredienst gesloten zijn maar nog niet zijn herbestemd. Hierbij deed zich de vraag voor welk onderhoud geboden is voor de verschillende gebouwen? Het bisdombestuur heeft, na raadpleging van verschillende adviesraden, de volgende richtlijn vastgesteld: Daar waar een parochiekerk is aangewezen:
| 1. | Dienen werkzaamheden aan die gebouwen die niet zijn aangemerkt als parochiekerk zich te beperken tot werkzaamheden die: | |
| a. | direct gericht zijn op het wind- en waterdicht houden van het gebouw, | |
| b. | strikt noodzakelijk zijn voor het behoud van de veiligheid voor gebruikers en omgeving. | |
| 2 | Mogen er voor kerkgebouwen, anders dan de aangewezen parochiekerk, geen nieuwe aanvragen worden ingediend voor overheidssubsidies m.b.t. de instandhouding | |
Deze richtlijn is per 3 juni 2022 van kracht. De bepalingen en procedures, zoals vastgelegd binnen de Diocesane Regelingen (2025)’ evenals in ‘Analecta 2013 (gebouwenbeleid en gebouwenplan)’ en ‘Protocol (her)bestemming kerkelijke gebouwen’ blijven onverminderd van kracht. Voor vragen hierover kunt u contact opnemen met de heer F. van der Linden (adviseur bouwzaken) of de heer L. Blom (econoom).
De tarieven voor het jaar 2025 zijn hieronder vermeld. Aanpassing van de tarieven geschiedt op basis van de indexcijfers consumentenprijsindex (totaal bestedingen) gepubliceerd door het CBS. (Sedert 2016 is de index conform 2015=100) Gehanteerd cijfer volgens het CBS augustus 2023 (definitief) 126,38 Definitief cijfer CBS augustus 2024 129,67 Berekening (129,67 : 1% van 126,38) – 100 = 2,60% Op basis van dit gegeven zouden de tarieven voor 2025 met 2,60% geïndexeerd moeten worden. Het bisdom heeft, op basis van dit gegeven, besloten om de tarieven voor 2025 met 2,6% te verhogen. Tarieven 2025 2024 € € Huwelijks-/ uitvaartdienst (incl. avondwake) 718 700 Jubileumdienst 359 350 Dienst in het crematorium of op de begraafplaats zonder voorafgaande kerkelijke dienst (2/3) 479 467 Advies parochiebijdrage volgens 1% minimum inkomen 165 160 Stipendium 12,50 12,00 Indien parochianen gebruik maken van vieringen zoals Doop, Eerste Communie en H. Vormsel wordt hen een vergoeding gevraagd ter hoogte van de parochiebijdrage, dus voor 2025 € 165. Bovendien worden reiskosten in rekening gebracht, voor 2024 bedragend € 0,39 per km. (Dit is onder enig voorbehoud i.v.m. landelijk overleg). Dit tarief geldt voor dienstreizen naar het crematorium of de begraafplaats en wordt in rekening gebracht bij de nabestaanden.
Als medebeheerder van de R.K. Ledenadministratie draagt elke parochie de zorg voor de bijzondere persoonsgegevens van een groot aantal parochianen. Sinds de inwerkingtreding in 2018 van de privacyregels die we kennen onder de naam AVG is er meer aandacht voor de rechten van betrokkenen en de verplichtingen van verwerkingsverantwoordelijken. Daarom wordt aandacht gevraagd voor twee onderwerpen die verband houden met de AVG. Beide onderwerpen zullen hieronder worden toegelicht. Het gaat om
Beveiligingsincidenten en datalekken De ledenadministratie wordt bijgehouden in DocBase. Parochiebesturen zijn verantwoordelijk voor het bijhouden van een lijst van de personen die toegang hebben tot de R.K. ledenadministratie en uit hoofde van welke rol/functie zij toegang hebben. Het beëindigen van die rol of functie betekent dat de toegang onmiddellijk moet worden beëindigd. De aanmelding en afmelding van de accounts verloopt via IPAL. Beveiliging van gegevens moet daarnaast ondersteund worden door te zorgen voor het volledig uitloggen uit DocBase na het werk en gebruik van een computer met een veilige internetverbinding en de noodzakelijke beveiligingssoftware. Zorg er ook voor dat de router beveiligd is met de laatste update. Kijk voor meer informatie en praktische tips op: https://veiliginternetten.nl/ Een belangrijke taak is om vrijwilligers en medewerkers die toegang hebben tot DocBase alert te houden op het signaleren van beveiligingsincidenten en datalekken. Informeer daarom regelmatig alle betrokkenen en vestig de aandacht op de relevante onderwerpen. Denk daarbij aan: onverwachte meldingen en pop-ups; niet kunnen uitloggen; langzaam of vreemd gedrag van het systeem; onverklaarbare wijzigingen in gegevens; toegang van onbekende gebruikers. Melden van incidenten en mogelijke datalekken waarbij DocBase betrokken is, gebeurt altijd na onderzoek waarbij IPAL en de AVG-contactpersoon van het bisdom betrokken zijn. Meld het incident door het indienen van ticket bij de IPAL-helpdesk en neem contact op met L. Blom in zijn rol van AVG-contactpersoon van het bisdom. Na onderzoek wordt in overleg met de deskundigen en het bisdom besloten of er een melding moet worden gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het bisdom assisteert bij het maken van de melding. Verzoeken tot uitschrijving en klachten In de decembermaand en rond de Actie Kerkbalans zijn er relatief veel verzoeken tot kerkverlating. De parochie van de woonplaats van de betrokkene is de behandelaar van het uitschrijfverzoek. Voor uitschrijfverzoeken geldt dat een goede en heldere communicatie met de betrokkene belangrijk is. De meeste klachten ontstaan doordat mensen lang niets horen en/of geen bericht ontvangen dat hun verzoek is behandeld en afgerond. De uitschrijfprocedure ligt onder een vergrootglas. Daarom vragen we om extra aandacht voor dit onderwerp en een tijdige behandeling van verzoeken. Indien iemand vraagt uit het doopregister verwijderd te worden, gebruikt u het standaardantwoord dat u vindt op de website: https://www.rkkerk.nl/avg/verwerking-van-persoonsgegevens-bij-uitschrijving-kerkverlating/ Indien een verzoeker zijn verzoek om uit het doopboek geschrapt te worden aanhoudt en zich bijvoorbeeld beroept op het recht van bezwaar, neem dan tijdig contact op met de functionaris gegevensbescherming (FG) via fgledenadministratie@rkk.nl. Samen met de FG kan worden bekeken hoe de betrokkene verder geïnformeerd kan worden. Hiervoor is ook een standaardantwoord beschikbaar. Tot slot Veel informatie over het onderwerp gegevensbescherming is te vinden op www.rkkerk.nl/avg. U kunt u daar ook aanmelden voor de AVG-nieuwsberichten om direct per e-mail op de hoogte te blijven. Bij vragen over deze brief kunt u contact opnemen met ondergetekende of uw vraag stellen aan de FG via fgledenaminstratie@rkk.nl