Met deze woorden begon en eindigde bisschop Liesen zijn homilie in de eucharistieviering tijdens de conferentie van de Missionaire Parochie. Op 12 en 13 maart namen er zo’n 750 mensen uit het heel Nederland aan deel het tweedaagse programma dat in Veenendaal gehouden werd.
Een bewerking van de homilie (overweging) is hieronder te lezen.
Homilie bisschop Liesen – Conferentie Missionaire Parochie, 12 maart 2026
Aan zijn leerlingen heeft Jezus bij zijn hemelvaart een taak gegeven: om alles wat Hij hun gezegd en geleerd heeft, daaruit te leven en het door te geven aan alle mensen. U en ik, wij staan nu in de 21ste eeuw voor die opdracht, en we doen dat in een cultuur die heel snel en ingrijpend verandert. We komen uit een verleden waarin de parochieagenda’s altijd heel vol waren. Er gebeurde zoveel. We hebben ons, om het met de woorden van het evangelie te zeggen, druk gemaakt en bezorgd over veel dingen. Maar Jezus zegt: één ding is slechts noodzakelijk, namelijk te luisteren naar wat Hij ons te zeggen heeft.
Onze missie vervullen, een missionaire parochie worden, begint met iets wat heel eenvoudig is en tegelijkertijd razend moeilijk: luisteren. Luisteren naar Gods stem. Gods stem in de Heilige Schrift. Gods stem in je hart, in je geweten. En tegelijk je geweten laten vormen door te luisteren naar die eerste leerlingen, de evangelisten en de apostelen, en wat zij ons hebben overgeleverd. Luisteren – daar begint het mee.
En we hebben vandaag geluk, want de lezingen van deze dag gaan precies daarover: over het luisteren. Ik zeg: “we hebben geluk”, maar het is natuurlijk Gods voorzienigheid die ons geeft wat wij nu nodig hebben. De eerste lezing laat ons zien waar het fout kan gaan bij het luisteren.
Die lezing komt uit de tijd van Jeremia, de zevende eeuw voor Christus. Hij was gezonden als profeet om namens God tot het volk te spreken, maar zijn woorden worden niet gehoord en het volk wil niet gehoorzamen. Hij is geroepen om spreekbuis te zijn tussen God en het volk, maar op een gegeven moment zegt God tegen hem: “zeg hun alles, luisteren zullen ze niet; roep het hun toe, antwoorden zullen ze niet. Hier is het volk dat niet wil luisteren naar de Heer, zijn God. Weg is de oprechtheid.”
Luisteren kan zo eenvoudig lijken, maar het blijkt vaak moeilijk. De moeilijkheid zit niet in de oren, niet in de akoestiek. Het zit ook niet tussen de oren, alsof we niet zouden kunnen begrijpen wat God zegt. Nee, laten we duidelijk zijn: de moeilijkheid van het luisteren zit in het hart, in het willen.
Dat maakt Jezus heel duidelijk in het evangelie van vandaag. Hij heeft bij een bezetene een boze geest uitgedreven, zodat die weer kan spreken. Het is overduidelijk: als Jezus dit kan, dan is Hij sterker dan het kwaad, sterker dan de boze. En toch beschuldigen mensen Hem van samenspannen met de vorst van de duivels. Anderen vragen om een teken uit de hemel.
Maar als Jezus een bezetene kan genezen, dan is het toch duidelijk dat die kracht uit de hemel komt. Alleen de Heilige Geest kan immers een boze geest verdrijven, de Heilige Geest die de vinger Gods genoemd wordt en die bij Jezus is. Als Jezus de duivel uitdrijft, weten de mensen drommels goed dat Hij de sterkere is en niet samenwerkt met de duivel, maar dat zijn kracht uit de hemel komt. Ze weten het – en toch zeggen ze iets anders. Dáár gaat het fout met het luisteren. Wat ze zeggen, zeggen ze tegen beter weten in. Ze willen niet luisteren. Jezus ontmaskert hun kromme gedachten. Wat Hij zegt, daar is geen speld tussen te krijgen, en dat weten ze goed. Maar toch zeggen ze het.
Waarom doen mensen dat? Het is een doorzichtige tactiek om zich niets van Jezus te hoeven aantrekken. Als je Hem kunt beschuldigen van samenspannen met de duivel of van overmoed, dan kun je Hem negeren. Het is doorzichtig – ze weten eigenlijk beter – en toch doen ze het, omdat ze willen doorgaan met hun eigen leven en niet willen luisteren naar wat Jezus zegt.
Als dat gebeurt, wordt iemand halsstarrig. Dan wordt het hart hard, zo hard dat je je niet meer kunt draaien, omkeren, je niet meer naar God toe kunt keren. En –vergeef me de woordspeling–, dat is precies waar het om gaat: dat wij ons toedraaien naar God.
Want als Jezus een bezetene geneest, een lamme laat lopen, stommen doet spreken en blinden doet zien, dan is het Rijk Gods nabij. Dan is God zelf nabij gekomen. In Jezus is God bij ons. Hij is het Woord van God dat vlees is geworden. Als Hij het Woord is, wat is dan ons antwoord? Als God zich naar ons toedraait in Jezus, kunnen wij ons dan ook tot Hem keren, ons bekeren? Dit is waar het om draait, altijd: kunnen wij ons naar God keren, zoals Hij zich naar ons keert?
Als God spreekt, dan moet je kiezen. Als Hij gesproken heeft, is alles wat je doet – zelfs je zwijgen – jouw antwoord aan God. Wat wordt het voor ons? We hebben het woord van God gehoord in het evangelie en in de eerste lezing. Wat wordt ons antwoord? Doen we, tegen beter weten in, alsof het onzin is? Willen we doorgaan met een oude manier van leven? Of luisteren we naar Hem, gaan we in op zijn uitnodiging en komen we tot een nieuwe manier van leven? Mag ons leven tot bloei komen? Jezus zegt: wie het woord, dat Hij zaait, ontvangt in een goed hart, die draagt vrucht – dertig-, zestig-, honderdvoudig. Zo gaat het altijd met God en mensen.
Toen God Abraham riep, vroeg Hij hem te luisteren en weg te trekken uit het vertrouwde land van zijn vaderen naar een onbekend, beloofd land. Abraham luisterde, liet alles achter en vertrok, en zo werd hij tot zegen voor alle volken.
Hetzelfde gebeurt wanneer Jezus in de boot is bij zijn leerlingen en hen uitnodigt, nadat ze een hele nacht vergeefs gewerkt hebben, om naar het diepe te varen. Ze doen het, ze luisteren, en hun netten worden overvol. Er komt grote vruchtbaarheid. Ze keren zich naar Hem toe, aanbidden Hem en laten zich roepen om mensenvisser te worden. Ze hebben geluisterd en worden zo tot zegen voor allen naar wie zij gezonden worden.

Je naar God toedraaien en luisteren – daar gaat het werkelijk om in een missionaire parochie.
Het is nu veertien jaar dat ik bisschop mag zijn in het bisdom Breda, en ik kan u eerlijk zeggen: ik ben niet meer de persoon die ik veertien jaar geleden was. Door de genade van God, door de steun van zovelen en door het gebed, heb ik mij ook mogen toekeren naar God, op Hem leren vertrouwen en deze weg mogen gaan, samen, om een missionaire Kerk te zijn.
Durven wij dat? God vertrouwen? Achterlaten wat we dachten dat goed was? Misschien denkt u: dat “zwoegen” wil ik wel achter me laten. Maar vergis u niet: dat “zwoegen” is juist datgene wat je zelf in de hand hebt, waar je zelf de regie voert, waar niemand je zegt wat je moet doen. Kun je dat loslaten?
En dat zwoegen betekent niet dat het verkeerd was. Maar de tijden zijn veranderd. Elke tijd, ook onze tijd vraagt om een persoonlijke toekeer naar Jezus, naar God – persoonlijk en als gemeenschap. Wat vroeger werkte, werkt nu niet meer zo in onze tijd. Het is nodig terug te gaan naar Gods Woord, te luisteren.
Durven we dat? Zoals Abraham, het oude verlaten en met vertrouwen ingaan op Gods plan voor de toekomst? Durven we het, zoals de leerlingen in de boot, om de oude werkwijze op te geven, naar het diepe te gaan en de Heer te vertrouwen, en van Hem te leren mensen te vangen?
Missionaire parochie, broeders en zusters, begint op het moment dat je jezelf durft los te laten en je keert tot God. Het kan moeilijk zijn, ja, maar de vreugde om Jezus beter te leren kennen is zoveel groter. En dat is ook wat je hoort in het evangelie van vandaag: die vreugde is wederzijds. Jezus verheugt zich over ieder van ons die zich tot Hem keert. Hij heeft een verwachting en kijkt met verlangen naar ieder van ons. Die verwachting hoor je in de laatste woorden van het evangelie. Positief geformuleerd klinken ze zo: wie met Mij is, is voor Mij; wie met Mij bijeenbrengt, die verzamelt. Dat is waar Jezus naar uitkijkt: Hij wil verzamelen, bijeenbrengen in het Rijk Gods. Hij kijkt naar ons uit. En zoals Hij zelf gezegd heeft: ieder die de wil van de Vader doet, is voor Hem moeder, broeder en zuster. Of, met de woorden van de profeet Jeremia: luister naar Mij, dan zal Ik uw God zijn en zult gij mijn volk zijn.
Dat is de vreugde van Jezus, de vreugde van God. En zoals de profeet Nehemia zei: die vreugde van God is onze kracht.
Missionaire parochie zijn betekent dan ook: blijmoedig leven uit de vreugde van het evangelie, in de praktijk van elke dag, in de gewone dingen. Dat kan er steeds anders uitzien. Soms brengt die vreugde ons ertoe om een pas op de plaats te maken, tijd te nemen voor gebed en te luisteren naar de Heer in de stilte van de aanbidding, en zo zijn vreugde te ervaren. Soms brengt die vreugde ons ertoe om nieuwe initiatieven te nemen, mensen welkom te heten, samen iets op te bouwen dat vreugde geeft, en samen te werken in de kracht van de Heilige Geest.
Er is geen blauwdruk voor een parochie om missionair te worden, maar er is wel de volle werkelijkheid van Gods genade, die aan ieder van ons gegeven wordt. Jezus draait zich naar ons toe; in Hem komt God naar ons. En wij mogen vertrouwen op de kracht van de Heilige Geest.
Alles wat ik gezegd heb, broeders en zusters, mag u vergeten – maar één ding niet: het refrein van de antwoordpsalm. Onthoudt dat alsjeblieft:
“Luistert heden naar de stem van de Heer, wees niet halsstarrig.”
God zegene u.

Videostills: missionaireparochie.nl